Uitgebreid zoeken

Acten van cautie / admissieboeken / akten van indemniteit

Met de akte van cautie (ook akte van indem­niteit, borgtocht of ontlastbrief genoemd) stelde een instantie of persoon zich borg voor het onderhoud van een immigrant, in geval hij of zij tot armoede zou vervallen. Steden konden de kosten van armenzorg tot maximaal een jaar na vestiging op de plaats van herkomst van de migrant verha­len. Beter nog was het arme migranten helemaal niet toe te laten. De meeste steden gingen hier actief toe over vanaf het einde van de 17e eeuw toen het economisch slechter ging in de Republiek.  In tegenstelling tot de ondertrouwakten is van deze bron nog maar weinig gebruik gemaakt. Afgezien van het onderzoek van Davids naar het 18e-eeuwse Leiden, is alleen iets bekend over Rotterdam en Drenthe. Nauw verbonden met de akten van cautie zijn de admissieboeken, die in ieder geval Delft en Haarlem bewaarden. Hierin zijn alle nieuwkomers opgenomen (in de 18e eeuw zo'n 9.000), die voorkomen in de notulen van de vergaderingen van een speciale commissie die moest controleren of mensen wel recht hadden op armenzorg. Het onderscheid tussen autochto­nen en nieuwkomers was daarbij essentieel.  Amsterdam is een van de weinige steden die nooit een acte van cautie heeft geëist aangezien men voortdurend immigranten nodig had.

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM