Uitgebreid zoeken

Gouden Eeuw

Met de opkomst van een onafhankelijke Nederlandse Republiek aan het einde van de 16e eeuw nam de migratie uit het buitenland navenant toe. Belangrijkste reden was de fenomenale economische groei in de kustprovincies Zeeland en Holland. Gelegen aan de Atlantische Oceaan profiteerden zij optimaal van de verschuiving van het economische zwaartepunt van de Middellandse Zee naar Noord-West Europa. Door de internationale handel, maar ook de commerciële landbouw en stedelijke nijverheid (textiel, voeding) was er een grote vraag naar zowel ongeschoolde als geschoolde arbeid. Dat de Republiek ook nog eens een relatief grote mate van godsdienstvrijheid bood, was een extra reden voor met name joodse en protestantse migranten om zich hier te vestigen. Daarmee ontstond een belangrijke bovenlaag van handelaren, kooplieden, intellectuelen en ondernemers in culturele industrieën, zoals de uitgeverij en boekdrukkunst. Tot slot vormden de zeehavens van Amsterdam, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen een magneet voor een constante vraag naar zeelieden en soldaten door de VOC. Deze zeer gevarieerde en constante toestroom van migranten zorgde voor een bijzonder kosmopolitische atmosfeer in Hollandse steden en droegen zo bij aan tal van technische en culturele innovaties. Het is dan ook niet overdreven om te stellen dat de Gouden Eeuw zonder deze twee eeuwen voortdurende massa-immigratie onvoorstelbaar geweest zou zijn.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM