Uitgebreid zoeken

Onze vlucht uit Iran

Op een gegeven moment liep het erg uit de hand met de arrestaties. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden. Mijn moeder had sinds 1980 een filmbedrijf met mijn stiefvader. Er was al jaren een proces tegen hen gaande om hun werk te verbieden. Ze kwamen iedere keer weer vrij omdat ze in principe niets illegaals deden. Bij de derde rechtszaak tegen het bedrijf gaf mijn moeders advocaat aan dat het hem deze keer niet zou lukken haar vrij te krijgen. Ze zou de doodstraf krijgen.

Er volgde een chaotische periode. Mijn oom besloot van de ene op de andere dag mijn moeder het land uit te laten smokkelen. Op de laatste dag voor haar vertrek besloot hij dat ik en mijn broertje ook mee zouden gaan. Toen moest ik opeens ook een klein koffertje pakken. Het ging allemaal heel snel. Mijn oom heeft ons het land uit gebracht met hulp van vrienden. Mijn moeder zei dat we ons heel westers moesten kleden, zodat we niet zouden opvallen in het buitenland. Ik vond het vertrek vreselijk en heb heel veel gehuild. De gedachte mijn familie misschien nooit meer te zien was onverdraaglijk voor mij. Het heeft jaren geduurd voordat ik daar overheen was. Tegelijkertijd was het ook spannend. Ik ging opeens naar Europa, dat ik hiervoor alleen op televisie had gezien. Dat was een soort droom, ik vond alles heel fascinerend.

Aankomst in Nederland

De eerste stad waar ik in Nederland aankwam was Groningen, vanwaar we met de trein naar Amsterdam gingen. Het was eind september, er woei een ijskoude wind. Aangekomen in Amsterdam ging mijn moeder bij de VVV informeren naar een hotel. Mijn moeder dacht in Nederland als filmmaker aan de slag te kunnen. Ze wilde niet afhankelijk zijn van anderen en zeker geen politiek asiel aanvragen.

Mijn moeder had alleen geen idee hoe ze het aan moest pakken. Ze zei de eerste dag: ‘We gaan kijken of we een Iraniër kunnen vinden die ons kan helpen.’ Ons hotel lag achter het Leidseplein. We gingen op het plein staan rondkijken tot ik iemand zag lopen met een jas over zijn schouders die inderdaad een Iraniër bleek te zijn. Hij heeft ons voorgesteld aan andere Iraniërs, die ons onder hun hoede namen. Via hen vonden we een kamer op het Haarlemmerplein. We hadden geluk.

Werk vinden als filmmaker bleek echter voor mijn moeder niet eenvoudig, zo niet onmogelijk. Na een tijd realiseerde mijn moeder zich dat het geen realistisch plan was. Onze illegale status was ook niet echt bevorderlijk. Asiel aanvragen bleek de enige optie.

Met mijn nichtje vlak voor onze vlucht in 1990: undefined


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM