Uitgebreid zoeken

Mijn jeugd op Curaçao

Ik ben in 1957 geboren op Curaçao. In mijn herinnering was het daar heerlijk. Ik hield van zwemmen, paardrijden en judo, ik was een jongensachtig, wild kind. Vooral de grote vrijheid die je daar ervaart was heerlijk, ik heb eindeloos veel gezwommen.

Culturele diversiteit

De verschillende gemeenschappen die op Curaçao samenleven zorgden voor veel levendigheid. Er was een Creoolse, een Nederlandse, een Chinese, een Libanese, een Portugese en een Surinaamse gemeenschap. Binnen de Nederlandse gemeenschap had je nog een tweedeling tussen de Antilliaanse protestanten die al langer op het eiland woonden, en de Nederlanders die later kwamen. En binnen de Joodse gemeenschap had je de Asjkenazim en de Sefardische joden.

Het persoonlijke leven met bijbehorende rituelen als trouwen, geboortefeesten en andere ceremonieën speelde zich vooral binnen de gemeenschappen af. Maar uiteindelijk functioneerden ze als één gemeenschap. Het was een heel tolerante samenleving, iedereen was per slot van rekening geïmporteerd. In mei 1969 waren er op een gegeven moment wel spanningen ten opzichte van de Nederlanders, omdat andere mensen zich door hen ongelijk behandeld voelden.

Mensen op klompen

Deze onrust heb ik echter niet meer meegemaakt. Vlak daarvoor verhuisden wij naar Nederland. Mijn vader kon in Nederland een baan krijgen op een groot architectenbureau. Hij vond het goed voor zijn dochters om in Nederland te gaan studeren en meer van de wereld te zien. Toen mijn ouders mij vertelden dat we naar Nederland zouden verhuizen, vond ik het verschrikkelijk. Ik zat net op paardrijles, had een lievelingspaard, dat ik als mijn beste vriend beschouwde, er stond zelfs een foto van het paard naast mijn bed. Ik had het idee dat er in Nederland alleen maar boeren woonden. Wat moet ik met die mensen op klompen? dacht ik. Ik wilde absoluut niet naar Nederland toe en zei tegen mijn ouders dat ik zo snel mogelijk terug zou vliegen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM