Uitgebreid zoeken

Mijn leven in Nederland

Ik was twaalf jaar toen ik, halverwege het schooljaar, in 1969 aankwam in Nederland.  De eerste kennismaking met mijn nieuwe klasgenootjes op het Amsterdamse Spinoza Lyceum was een vreemde ervaring. "Hoe is het nou om met negers in een boom te wonen?" vroegen ze. "En als je dan niet in een boom woonde, dan toch zeker wel in een hut? Jullie mensen eten altijd rijst hè?" Ik was perplex. Waar hebben ze het over? dacht ik. Ik vond het vermoeiend om alles te moeten uitleggen.

Cultuurshock

Maar daarna ging er een wereld voor mij open. Jongens met John-Lennon-brilletjes of met afrokapsels, naar de film gaan, op de fiets naar school. Op Curaçao had ik speciaal fietsles gekregen omdat we naar Nederland gingen. Door dat fietsen kreeg ik een ander soort vrijheid. Het was een echte cultuurschok: alleen fietsen en uitgaan, zonder chaperonne. Het was de hippietijd, met andere omgangsvormen dan ik gewend was. Mijn ouders vonden dat in het begin niet altijd leuk. Ik had veel ruzie met ze. Ze waren veel strenger dan veel Nederlandse ouders.

Ik raakte in die tijd een beetje losgeslagen. Ik was voortdurend omringd door mensen die me vreemd vonden. Daar werd ik boos van. Een docent klaagde dat ik te wild danste op een feest. Ik was fysieker, ging bij mensen op schoot zitten. En dan waren er nog mijn hormonen. Mijn zus, die zes jaar ouder was, zat dag en nacht te studeren om de achterstand in te halen, maar ik bleef het eerste jaar zitten. Mijn ouders hebben op het punt gestaan om me naar een internaat te sturen.

Veel verbazing

Het was gek om in de Nederlandse, witte samenleving te komen. Mijn ouders konden me daar totaal niet in begeleiden. Maar ook voor mijn moeder was de omschakeling naar het leven in Nederland best moeilijk. Op de Antillen hadden we dienstbodes en bedienden. In Nederland niet. En er bleef veel verbazing over en weer. Vrienden die bij mij thuis kwamen meenden dat wij vast altijd tegen elkaar zouden schreeuwden. Dat er bij ons thuis altijd frisdrank in huis hwas vonden ze ook vreemd. “Jullie zijn zeker miljonair,’ zeiden klasgenootjes. Ze verbaasden zich erover dat ik al op mijn elfde deodorant gebruikte. En de buren bonkten met de bezemsteel op het plafond als we weer aan het dansen waren.

Heimwee
De eerste jaren gingen we ieder jaar met Kerstmis en Nieuwjaar naar Curaçao terug. Ik huilde dan tranen met tuiten als we weer teruggingen naar Nederland. Later ben ik Nederland meer gaan waarderen. Hier had je geen gedoe met sociale controle en kon je lekker naar de bioscoop, naar musea en naar theatervoorstellingen.

 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM