Vanaf 1905 kwamen Slovenen naar Nederland om in de Limburgse mijnen te werken. Tot halverwege de jaren '20 vertrokken deze migranten op eigen houtje naar Nederland.
De migratie van Italiaanse ijsverkopers kwam op gang in de tweede helft van de 19de eeuw. Deze Italianen verkochten hun ijs vanuit ijscokarretjes of zij waren eigenaar van een ijssalon.
Rond 1900 kwamen de eerste Italiaanse terrazzowerkers naar Nederland. Zij vestigden zich onder meer in Den Haag. Toen bleek dat er voldoende werk was, volgden hun streek-en dorpsgenoten.
Na 1800 werd Indië officieel een Nederlandse kolonie. De naam veranderde toen in Nederlands-Indië. De V.O.C. werd opgeheven en haar bezittingen werden overgedragen aan de Nederlandse staat.
Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) kwamen ongeveer 150.000 Hongaarse kinderen voor een vakantie bij Nederlandse pleegouders terecht. Nationale hulporganisaties regelden de vakanties.
Het onderwijsstelsel in Suriname was beperkt. Ook in de 20ste eeuw konden autochtone Surinamers er bijna geen beroepsopleiding volgen, laat staan een universitaire studie.