Uitgebreid zoeken

Gemengde relaties

Stichting LovingDay.NL is een platform voor onderzoekers en andere geïnteresseerden in gemengde relaties en gezinnen in Nederland. Jaarlijks op 12 juni worden de kwesties en vragen verkend waarmee gemengde relaties en gezinnen tegenwoordig te maken hebben. LovingDay.NL is geïnspireerd op het Amerikaanse initiatief Lovingday; de jaarlijkse viering van de ongrondwettig verklaring van interraciale huwelijksverboden in Amerika op 12 juni 1967. De zaak was destijds aangespannen door de gemengde familie Mildred en Richard Loving. What’s in a name…

LovingDay.NL is een initiatief van Leen Sterckx, Betty de Hart, Annemiek Beck en Marga Altena.

 








LovingDay.NL 2014
LovingDay.NL 2014 vindt plaats in de Balie in Amsterdam. In het middagprogramma ligt de focus op recent wetenschappelijk onderzoek naar gemengde stellen en gezinnen. In de avond staat de persoonlijke ervaring van het hebben van een gemengde relatie en of een gemengde identiteit centraal.

Programma LovingDay.NL 2014: (On)zichtbaar Gemengd
Persbericht LovingDay.NL 2014
Lees ook het artikel 'Gemengd Amsterdam in Cijfers' dat Leen Sterckx schreef op basis van gegevens van de dienst O + S van de gemeente Amsterdam.

Partners bij de totstandkoming van LovingDay.NL 2014 zijn: Stichting LovingDay.NL, De Balie, UVA Institute for Migration & Ethnic Studies, UvA Universiteitsfonds en Wereldpartners.


U kunt LovingDay.NL volgen via Twitter en Facebook
U kunt contact met ons opnemen via lovingday.nl [at] gmail.com

Gemengde relaties trekken extra de aandacht en worden sterker geproblematiseerd in tijden van sociale spanning, zoals oorlog. Dat betekent dat in oorlogstijd, en in perioden vlak na een oorlog, gemengde relaties vaak te maken krijgen met extra controles, sancties en speciaal op hen gerichte regels en beleid. Verder ontstaan door oorlog ook vaak vele gemengde relaties, door de aanwezigheid van grote groepen soldaten. Beide zien we in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De koloniale context in de negentiende eeuw is de bron van de meeste wetgeving die betrekking heeft op gemengde huwelijken, gemengde gezinnen en gezinsmigratie. In die tijd ontstaan de nationale staten en willen de nieuwe nationale overheden weten tot welke natie haar inwoners kunnen worden gerekend. Ze proberen bovendien een band te smeden met haar eigen onderdanen, door onder andere niet-onderdanen nadrukkelijker uit te sluiten. Volgens de Grondwet van 1815 en het Burgerlijk Wetboek van 1838 wordt het Nederlanderschap toegekend op basis van jus soli – aan degene die op Nederlands grondgebied wordt geboren uit aldaar gevestigde ouders. Migratie naar Nederland doet de Nederlandse bevolking dus groeien. Bovendien kunnen in Nederland gevestigde vreemdelingen zich laten naturaliseren. Een aantal gronden doet mensen hun Nederlandse nationaliteit verliezen; bijvoorbeeld Nederlandse vrouwen die huwen met een vreemdeling verliezen de Nederlandse nationaliteit ten voordele van die van haar man. De buitenlandse echtgenotes van Nederlandse mannen worden Nederlandse. Deze wetgeving, die de eenheid van nationaliteit van het gezin voorstaat, blijft bestaan tot in 1964.

Wanneer in Nederland in de negentiende en twintigste eeuw, vrouwen en meisjes een vreemdeling tot partner kozen, konden ze in het gunstigste geval rekenen op bezorgde en nieuwsgierige opmerkingen en in het ergste geval op vooroordeel, pesterijen en uitsluiting. De reacties op etnisch gemengde relaties, vertoonden overeenkomsten met de algemene omgang met nieuwkomers in Nederland. De ontvangst werd door verschillende factoren bepaald. De hoeveelheid migranten in het land was van belang; het veronderstelde unieke karakter van hun aanwezigheid; evenals de beeldvorming in de media. Een aanvankelijk welkom en interesse voor vreemdelingen kon omslaan in een vijandige afwijzing wanneer het nieuwtje ervan af was, of wanneer dezen een bedreiging leken voor de kansen van Nederlanders op de arbeids- en woningmarkt.

Mediabeeldvorming
Daarnaast was de mediabeeldvorming in nieuwsberichtgeving en in kunst- en cultuuruitingen bepalend voor hoe Nederlanders omgingen met vreemdelingen. De invloed van mediabeeldvorming op de acceptatie van gemengde relaties werd ook vastgesteld in het onderzoek van Marleen Kamminga over krantenberichtgeving in 1993. Het was een effect dat ook werd opgemerkt door Dienke Hondius die gemengde huwelijken in Nederland onderzocht: ‘Die beelden komen naar voren in de eerste reacties […] van hun ouders, broers en zussen, vrienden en kennissen, collega’s of zomaar op straat, van onbekenden.’ Het vereiste moed en doorzettingsvermogen om dit voortdurende commentaar te doorstaan.

Bedreiging
De echtgenoten uit de huwelijken uit 1886, 1906 en 1928 die in het boek A True History Full of Romance centraal staan, moesten eveneens het hoofd bieden aan commentaar dat leek op de beeldvorming over vreemdelingen in kranten, tijdschriften en andere media. In 1883 was Frederick Taen, de echtgenoot uit de eerste casus van het boek, een van de weinige Chinezen in Nederland. Desondanks werd hij vanwege zijn verloving met Mia Cuypers als een bedreiging ervaren. De verhalen waarmee familie, vrienden en buitenstaanders zich over het paar uitlieten, resulteerden in een beeldvorming die vóór, tijdens en na het huwelijk in aard en intensiteit verschillende vormen zou aannemen. Ook de berichtgeving over Indiaanse mannen zoals Angus Montour, als die van woeste bewoners uit een ver land, beantwoordde niet aan de ideeën over een geschikte huwelijkspartner voor een Nederlandse ‘witte’ vrouw. In Nederland associeerde men Indiaanse mannen met avonturenromans, niet met het echte leven. De stereotiepe beeldvorming leidde voortdurend tot misverstanden. Gedurende haar huwelijk zou Johanna Van Dommelen steeds moeten verkondigen dat ze ondanks haar huwelijk met een Mohawk man een heel gewoon leven leidde. Het was een verzekering die Nederlandse vrouwen in een ‘gemengde’ relatie vaak moesten geven. Op hun beurt ervoeren de echtgenoten Marie Borchert en Joseph Sylvester, dat Nederlanders zich evenmin een huwelijk tussen een ‘witte’ vrouw en een ‘zwarte’ man konden voorstellen. Ofschoon de eerste Surinaamse migranten in de jaren twintig en dertig in Nederland een zeker respect afdwongen, was het voor Nederlandse vrouwen en Surinaamse mannen een taboe om een relatie te beginnen. ‘Deed je het toch, dan was je een slet,’ herinnert zich de echtgenote van een Surinaamse man. Een andere echtgenote van een Surinaamse man vertelt dat vrienden en collega’s haar negeerden en voorbijgangers op straat haar beledigden.

Een liefdesrelatie kan op veel verschillende manieren 'gemengd' zijn. Partners groeien op in verschillende gezinnen en krijgen van huis uit een andere opvoeding, denkbeelden, normen en waarden mee. In die zin zijn alle relaties en huwelijken gemengd. Verschil tussen partners op zich is dus niet voldoende om de relatie tot 'gemengd' te bestempelen. In Nederland verstond men op verschillende momenten in de geschiedenis, verschillende dingen onder de term 'gemengd huwelijk'. Lange tijd was een gemengd huwelijk een huwelijk tussen mensen van verschillende stand of sociale klasse. Een burgermeisje en een arbeiderszoon, een dochter van een boer met één koe en een zoon van een boer met twintig koeien: dat hoorde niet te mengen. Van de 19e eeuw tot in de jaren ’60 van de 20e eeuw dacht men in Nederland vooral aan religieus verschil bij de term gemengde huwelijken; gemengde relaties waren die van mannen en vrouwen die zich niets aantrokken van de norm het binnen je eigen 'zuil' te houden. De ontkerkelijking van na de Tweede Wereldoorlog en de instroom van niet-westerse migranten in dezelfde periode zorgde ervoor dat we relaties tussen twee christenen van verschillende denominatie nauwelijks nog als 'gemengd' beschouwen. Nu zijn liefdesrelaties tussen mensen van verschillende herkomst en dan vooral die tussen autochtone Nederlanders en niet-westerse partners de gemengde relaties bij uitstek. De laatste decennia zien we onder de etnisch gemengde stellen bovendien de relaties tussen moslims en ongelovigen als liefdes tussen uitersten. Kortom, een gemengde relatie is de liefdesrelatie die de maatschappelijke scheidslijnen overbrugt die op dat moment in die samenleving het meest relevant worden gevonden. De omgeving van een gemengd paar reageert daarom meestal sceptisch op de relatie die belangrijk geachte groepsgrenzen overschrijdt.

Een liefdesrelatie kan op veel verschillende manieren 'gemengd' zijn. Partners groeien op in verschillende gezinnen en krijgen van huis uit een andere opvoeding, denkbeelden, normen en waarden mee. In die zin zijn alle relaties en huwelijken gemengd. Verschil tussen partners op zich is dus niet voldoende om de relatie tot 'gemengd' te bestempelen. In Nederland verstond men op verschillende momenten in de geschiedenis, verschillende dingen onder de term 'gemengd huwelijk'. Lange tijd was een gemengd huwelijk een huwelijk tussen mensen van verschillende stand of sociale klasse. Een burgermeisje en een arbeiderszoon, een dochter van een boer met één koe en een zoon van een boer met twintig koeien: dat hoorde niet te mengen. Van de 19e eeuw tot in de jaren ’60 van de 20e eeuw dacht men in Nederland vooral aan religieus verschil bij de term gemengde huwelijken; gemengde relaties waren die van mannen en vrouwen die zich niets aantrokken van de norm het binnen je eigen 'zuil' te houden. De ontkerkelijking van na de Tweede Wereldoorlog en de instroom van niet-westerse migranten in dezelfde periode zorgde ervoor dat we relaties tussen twee christenen van verschillende denominatie nauwelijks nog als 'gemengd' beschouwen. Nu zijn liefdesrelaties tussen mensen van verschillende herkomst en dan vooral die tussen autochtone Nederlanders en niet-westerse partners de gemengde relaties bij uitstek. De laatste decennia zien we onder de etnisch gemengde stellen bovendien de relaties tussen moslims en ongelovigen als liefdes tussen uitersten. Kortom, een gemengde relatie is de liefdesrelatie die de maatschappelijke scheidslijnen overbrugt die op dat moment in die samenleving het meest relevant worden gevonden. De omgeving van een gemengd paar reageert daarom meestal sceptisch op de relatie die belangrijk geachte groepsgrenzen overschrijdt.

Interview met Birgitt van Megchelen

Na de ravage van de Tweede Wereldoorlog moeten grote stukken land in heel Europa heropgebouwd worden, maar dat is niet het enige dat gerestaureerd moet worden. Landen zijn ook het onderlinge vertrouwen kwijtgeraakt, met name tegenover Duitsland. In veel van de landen die waren ingenomen tijdens de oorlog heerst een ‘anti-Duits gevoel’, mensen willen niets meer met Duitsland en Duitsers te maken hebben. En hoewel deze ‘anti-Duitse gevoelens’ in de loop van de eeuw steeds minder worden, blijven ze verrassend lang overeind. Duitsers worden in Nederland niet met open armen ontvangen. Zelfs niet aan het begin van de jaren zestig als de oorlog alweer een tijd geleden is en de grenzen tussen landen steeds meer opengaan. Hoe was het voor Duitsers om aan het begin van de jaren zestig naar Nederland te verhuizen? Hoe reageerden mensen op de Duitse achtergrond en hoe gingen deze migranten hier zelf mee om?

Birgitt van Megchelen is zo’n migrant. Aan het einde van de jaren vijftig kwam ze een aantal keer naar Nederland. Ze ging op bezoek bij een bevriende familie en ze werd verliefd op een van de familieleden. Gerard was zijn naam (zijn roepnaam was Gerd) en hij was zeventien jaar ouder dan zij. Op achttien jarige leeftijd trouwde ze met hem. Birgitt zelf is geboren en getogen in het Duitsland van tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Na de bruiloft is ze bij Gerd in Nederland gaan wonen. Ik heb haar geïnterviewd over hoe het was om als Duitse in Nederland te komen wonen. Hoe reageerden mensen op haar achtergrond en hoe ging Birgitt hier zelf mee om?

Door: Eliane Odding

Net als Obama

Voor het maken van deze serie portretten van broers en zussen, die in 2010 is gemaakt voor het boek Mix, jongeren in Nederland, had fotograaf Suzanne Liem twee aanleidingen, een persoonlijke en een actuele. De verkiezing van Obama tot president van de Verenigde Staten inspireerde haar om op zoek te gaan naar kinderen van een ‘witte’ en een ‘zwarte’ ouder. Toen Obama de eerste ‘zwarte’ president van Amerika werd genoemd, laaide de discussie op: hoe zwart is hij? Zijn moeder was immers blank en zijn vader kwam uit Kenia…

Chinese vader
Haar persoonlijke ervaring als een van de drie dochters van een Chinese vader uit Indonesië en een Nederlandse moeder was de andere aanleiding. Ze heeft zich nooit ongemakkelijk of anders gevoeld door haar afkomst. Als het ter sprake komt gaat het er altijd over of je ‘het’ wel of niet aan haar kunt zien. Het verschil met haar zussen wordt graag besproken. De jongste heeft het lichtste haar en de middelste ziet er het meest Chinees uit. Ze zijn voornamelijk in een Hollandse omgeving opgegroeid. Bij haar nichtjes en oma thuis vond ze wel de Indonesische sfeer in de vorm van meubelen, kleden en vooral het heerlijke Aziatische eten.

Zwart en wit, net als Obama
Voor deze fotoserie vond ze het interessant om kinderen uit hetzelfde gemengde gezin met elkaar te vergelijken, net als dat met haar zussen en haarzelf vaak gebeurt. De kinderen die ze fotografeerde hebben één ouder uit Nederland en een andere uit Suriname, Curaçao, Bonaire Sierra Leone, Ghana of de Kaapverdische eilanden. De kinderen zijn een mix van zwart en wit, net als Obama. 

Zie ook: website Suzanne Liem

Interview met Nelly en Jacques Kuyt

Nelly Kuyt-Kraft werd op 2 juni 1922 geboren. Tijdens een Sinterklaasfeest in de kolonie leerde ze Jacques Kuyt kennen. Al voor haar twintigste trouwde ze. Samen bouwden zij een bestaan op in Jakarta en kregen vier kinderen. Op 30 april 1944 werd Nels tweede zoon, Antoine Kuyt (Tonnie), geboren. Samen met zijn broers zeilde hij graag met de Sandy en de Sandy boy. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 koos Jacques voor de voormalige kolonie en gaf zijn Nederlandse identiteitsbewijs op. Nelly bleef deze echter wel behouden. Toen Jacques in 1960 plotseling aan hartfalen overleed, besloot Nelly meteen om met de kinderen naar Holland te migreren. Hier was immers ook al de rest van de familie. Met het schip ‘Zuiderkruis’ voeren ze in dat jaar nog uit Indonesië. Ze kwamen aan in Amsterdam en werden met de bus naar Den Haag vervoerd.

Door: Lotte Koppenrade

In 2012 waren er in Nederland 57.107 huishoudens van autochtone mannen met eerste generatie niet-westerse vrouwen, waarvan 69% gehuwd. Belangrijke herkomstgebieden van die niet-westerse partners zijn Suriname, Thailand, de Filippijnen, de Voormalige Sovjet-Unie, Brazilië en China. In 2012 waren er in Nederland 36.423 huishoudens van autochtone vrouwen met eerste generatie niet-westerse mannen, waarvan 60% gehuwd. Belangrijke herkomstgebieden van de niet-westerse partners zijn Suriname, de Antillen, Turkije en Marokko. Veruit het meest voorkomende gemengde huishouden, zowel bij autochtone mannen als vrouwen is dat met een Indonesisch eerste generatie partner, waarbij de Indonesische partner overigens niet als niet-westers wordt  beschouwd.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

Waar zich interculturele liefdes relaties vormen worden ook kinderen geboren. Nederland telt steeds meer mensen van ‘gemengde’ komaf.   Exacte cijfers zijn moeilijk te achterhalen. Het CBS telt mensen van gemengd etnische komaf niet als zodanig. Als één van de ouders in het buitenland is geboren staan ze eenvoudigweg te boek als ‘allochtoon’, westers dan wel niet westers.

De groep mensen van ‘gemengde’ komaf  in Nederland is heel divers;  wat we weten is dat het een jonge populatie is en dat het merendeel van hen in de Randstad woont.  Welke ‘mixen’ er worden geboren hangt sterk samen met  het type gemengde relaties dat er werd en wordt gevormd door de jaren heen.

De eerste grote groep ‘etnisch gemengden’  in Nederland waren de Indische Nederlanders van gemengd Indisch Nederlandse komaf.  In de jaren zestig  werden er kinderen geboren binnen de relaties tussen Italiaanse en Spaanse gastarbeiders en Nederlandse vrouwen.  In de decennia daarna werden  veel kinderen geboren van Nederlandse vrouwen en  Turkse, Marokkaanse en Surinaamse mannen. De laatste  10 jaar is er een sterke toename van huwelijken tussen Nederlandse mannen en oost Europese en Aziatische vrouwen, en dus van de geboorte van kinderen van deze gemengdheid.

Mensen van gemengde komaf zijn in de geschiedenis en eigenlijk wereldwijd,  vrijwel altijd met wantrouwen bekeken.  In een gemengd kind werden ‘de slechte eigenschappen van beide kanten verenigd’, zo werd wel verondersteld. In Nederlandse Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen werd in de koloniale tijd een gemengd kind, een raciale mix dus als ongewenst en soms onwettig gezien.

In de laatste dertig kaar van de vorige eeuw verschoof de visie op kinderen van gemengde komaf.  In plaats van ‘ongewenst’ werden ze nu meer als ‘zielig’ gezien. Ze zouden vaker dan gemiddeld in een identiteitscrisis terecht komen omdat ze ‘tussen twee culturen’ zouden zitten.

In de afgelopen vijftien jaar is daar een nieuw beeld bijgekomen. Een etnisch gemengd uiterlijk is ook gaan staan voor ‘hip’ en grootstedelijk  en wordt om die reden vaak gebruikt in de media in reclamebeelden.

De benaming van ‘gemengde’ kinderen blijft problematisch. Het woord ‘halfbloed’ stamt uit de koloniale tijd. Het is een term die ook gebruikt wordt  in de dierenfokkerij en suggereert dat iemand ‘half’ is en kennelijk niet ‘heel’. De in de jaren tachtig geïntroduceerde term  â€˜dubbelbloed’  is om die reden al beter, maar ook die blijft verwijzen naar ‘bloedvermenging’.

Dat de term ‘halfbloedje’ door ‘gemengde mensen zelf óok als een soort koosnaam word gebruikt blijkt uit de populariteit van de hyves  en facebook sites ‘halfbloedjes 50/50’ https://www.facebook.com/50mixed  en http://fiftyfifty.hyves.nl/


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM