In de naoorlogse geschiedenis van de Indische gemeenschap keren drie thema’s steeds terug: onbegrip, doorgesneden banden met het oude Indië, en de oorlog.
In de twintig jaar na de onafhankelijkheid van Indonesië vertrokken ruim 200.000 Nederlanders uit de Oost. Zij werden gezien als landgenoten die zich weer in het vaderland vestigden.
In de eerste periode, dus tot aan de onafhankelijkheid van Indonesië, vertrokken ruim 100.000 mensen uit Indië. Zij kwamen naar Nederland om te recupereren, d.w.z.
Twee Indonesische meisjes in Plantsoen-Oost: Rineke en Deffie den Dekker. Het gezin was kort daarvoor naar Nederland gekomen en woonde in een pension. Foto: Leo Breijer, 1955.
Het meergeneratieproject van Stichting Nasi Idjo: De samenstellers van dit boek, Vaya Nijhof en Iris Cousijnsen, zijn al vanaf hun tienerjaren bezig met hun afkomst. In 2003
‘Djangan Loepah’ was een losbladig gestencild boekje dat gerepatrieerden uit het voormalige Nederlands-Indie na hun aankomst in Nederland maandelijks kregen toegezonden.
Vereniging van Indische vrouwen in Groningen en omgeving in het stadspark van Groningen (1958). Tweede rij, achter de vrouw met het kind op schoot: An Midderham-Vrieling.
Het project Aanpassen! omvat een reizende tentoonstelling en een boek met dvd, waarin drie generaties Indische Nederlanders ieder op geheel eigen wijze in beeld zijn gebracht.
De ‘repatriëring’ vanuit Indonesië betrof veel mensen die nooit in Nederland waren geweest, onder wie ook veel Nederlanders van gemengd Aziatisch-Europese afstamming die er heel anders uit zagen...
In 1952 werd het Ministerie van Maatschappelijke Zorg opgericht, een unicum in Europa. Het kreeg onder meer als taak de overkomst, opvang en integratie van repatrianten te verzorgen.