Uitgebreid zoeken

Migratiescripties

Wetenschappelijk onderzoek is essentieel om onze kennis over migratiegeschiedenis te vergroten. Op deze pagina vind je uiteenlopende eindscripties over migratiegeschiedenis van studenten uit verschillende disciplines. Het doel hiervan is om nieuwe academische kennis overzichtelijk aan te bieden aan een breed publiek.

Veel goede scripties verdwijnen nadat ze zijn beoordeeld in de la waar ze niet of nauwelijks meer worden gelezen. Dit terwijl er veel boeiende en vernieuwende onderwerpen worden aangesneden, vaak met niet eerder gebruikt archiefmateriaal. Op deze pagina vind je deze scripties, voorzien van een korte samenvatting.

Scriptie geschreven?

Heb jij ook een goede bachelor- of masterscriptie geschreven die migratie vanuit historisch perspectief benadert en wil je deze delen met een breder publiek? Mail dan je scriptie in PDF-formaat met een samenvatting van maximaal 300 woorden naar rick.de.jong [at] iisg.nl. We nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Nationaal beleid en lokale praktijk ten aanzien van buitenlandse prostituees in Nederland in het laatste kwart van de negentiende eeuw.

Deze scriptie behandelt de positie van buitenlandse prostituees in Nederland in het laatste kwart van de negentiende eeuw tegen de achtergrond van de opkomst van de nationale staat. Aan het eind van de negentiende eeuw nam het takenpakket van de nationale overheid in hoog tempo toe. Zaken als vreemdelingenbeleid, sociale wetgeving, maar ook het opleggen van bordeelverboden werden in toenemende mate naar het niveau van de nationale overheid getrokken. Toch bleven lokale overheden (inclusief burgemeesters en politiecommissarissen) een belangrijke rol houden in de precieze uitvoering van het beleid, zoals in de honderden jaren doorvoor ook de praktijk was. Daardoor konden er op belangrijke onderwerpen als het toelaten van vreemdelingen in de uitvoering van het beleid enorme lokale verschillen ontstaan.

Deze scriptie behandelt de discussie en de praktijk over de toelating van buitenlandse prostituees op twee niveaus. In de eerste plaats wordt de discussie op nationaal niveau bekeken. Aan de hand van dossiers van verschillende betrokken ministeries (Buitenlandse Zaken en Justitie) en het debat in de Tweede Kamer wordt bekeken hoe het beleid van bovenaf werd gevormd. Vervolgens wordt de uitvoering op lokaal niveau bekeken: aan de hand van dossiers van politiecommissarissen wordt bekeken in hoeverre gehoor werd gegeven aan de wetgeving die van boven werd opgelegd. Hieruit blijkt dat ideeƫn over een nationale eenheidsstaat en nationaliteit steeds zichtbaarder werden, maar dat deze ideeƫn plaatselijk maar langzaam binnen sijpelden.

Masterscriptie Rick de Jong Geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen, 2012.

De beweegredenen achter de migratie van een groep Zeeuwse afgescheidenen naar Noord-Amerika in 1847

ā€œMaar nadat Nederlands volk algemeen en de overheid bijzonder des Heeren wetten en inzettingen verlaten hebben, zoo zond Hij de oordelen van een drukkinge des lands en eene drukken duurte van alle levensmiddelen, zoodat niemand in den burgerstand met vrouw en kinderen meer bestaan kon; zoodat er velen tot den Heere uit ellende beginnen te roepen en de Heere begint het geroep te hooren tot verlossing. Ik heb die wondere wegen Gods in het openbaren van die weg naar Noord-Amerika opgemerkt.ā€*

Zo scheef de welgestelde Zeeuwse boer Jannes van de Luijster over zijn besluit naar Amerika te emigreren. Halverwege de negentiende eeuw waren de economische, politieke en godsdienstige omstandigheden in Nederland zodanig dat er behoefte bestond te emigreren naar een plek die gunstigere vooruitzichten bood. Dat ā€˜beloofde landā€™ toonde zich in Noord-Amerika. Gunstige berichten over de weelde daar troffen de harten van de moedeloze Afgescheidenen.

Jannes van de Luijster behoorde samen met dominee Cornelis van der Meulen en aannemer Jan Steketee tot de leiders van de 457 Zeeuwse landverhuizers die in het voorjaar van 1847 de overtocht naar Amerika waagden en aldaar in het westen van Michigan de nederzetting Zeeland stichtten. De grote meerderheid was afkomstig uit het dorp Borssele. Religie speelde in deze emigratie een aanzienlijke rol. In de eerste emigratiegolf naar Amerika van 1846-1857 behoorde maar liefst een derde tot degenen die zich in 1834 van de hervormde kerk hadden afgescheiden. Hoewel de Afgescheidenen sinds 1841 officieel erkenning konden aanvragen bij de overheid bleef de maatschappelijke vervolging nog lang voortduren. Geregeld kwamen groepen Afgescheidenen bijeen in de schuur van Jannes van de Luijster om naar de preken van Cornelis van der Meulen te luisteren. De groep uit Borssele bestond voornamelijk uit arbeiders, dagloners of kleine ambachtslieden. De draagkracht en solidariteit van de ā€˜Zeeuwsche Vereeniging ter verhuizing naar de Vereenigde Staten van Noord-Amerikaā€™ maakte de overtocht ook voor hen mogelijk.

Het bijzondere aan de emigratie van deze Zeeuwse groep is dat godsdienstige redenen veelal doorslaggevend bleken te zijn. Dit toont zich bijvoorbeeld in het feit dat de vrome Jannes bijna geheel zijn kapitaal in de onderneming stak zonder enige zekerheid van winst. De landverhuizing werd in deze periode dan ook veelal vergeleken met de exodus van het verdrukte Joodse volk uit Egypte naar het beloofde land KanaƤn.

Bachelorscriptie geschiedenis Simone Koster Universiteit Leiden, 2013


* Stokvis, De Nederlandse trek naar Amerika: 1846-1847 (Leiden 1977), p. 11.

Internationale Samenwerking en de Nederlandse houding op het gebied van het vluchtelingvraagstuk tussen 1938 en 1952

Na de Tweede Wereldoorlog was er een groot vluchtelingenprobleem, 11 miljoen mensen waren niet thuis. Deze vluchtelingen zijn grofweg te verdelen in twee groepen; Displaced Persons, die door nationaal socialistische of fascistische regering gedwongen uit hun vaderland waren gedeporteerd, en vluchtelingen die voor, tijdens en na de oorlog waren gevlucht ā€˜op eigen gelegenheidā€™. Deze groepen vluchtelingen bestonden voornamelijk uit mensen die niet als arbeidskracht konden worden ingezet zoals ouderen, zieken en gehandicapten.

1951 was een belangrijk jaar waarin binnen het kader van de Verenigde Naties het ā€˜Verdrag Betreffende de Status van Vluchtelingenā€™ werd getekend. Met dit verdrag werden belangrijke, internationale afspraken gemaakt over de rechten van vluchtelingen. Dit onderzoek gaat over de discussies en organisaties voorafgaand aan het verdrag, en specifiek de rol van Nederland hierin.

Er zijn drie belangrijke factoren te noemen die in de totstandkoming van het verdrag een rol hebben gespeeld. De eerste factor is de Koude Oorlog. De repatriƫring van Sovjet burgers zorgde voor hevige discussies in de verschillende vluchtelingen organisaties. Terwijl het westen de gevluchte Sovjet burgers zag als vluchtelingen die beschermd moesten worden wilde de Sovjet Unie dat haar burgers werden gerepatrieerd. Een tweede factor zijn de humanitaire argumenten die gebruikt worden in het debat. Europese mogendheden voelden zich verantwoordelijk omdat zij, door hun lakse houding tegenover nationaal socialistische mogendheden, het vluchtelingenprobleem zelf deels hadden veroorzaakt. De derde factor waren de economische aspecten van het probleem. De opvang van vluchtelingen kostte veel geld en veel Europese landen hadden het idee dat zij deze kosten niet konden verantwoorden aan hun burgers. Pas als de Verenigde Staten fondsen opzetten voor de hulp aan vluchtelingen kan er een start worden gemaakt naar een oplossing. Deze laatste factor is zowel in Europa als in Nederland de belangrijkste, maar is in eerdere onderzoeken nog nooit zo prominent genoemd. Toch is deze factor essentieel om de problematiek van deze periode te duiden.

Bachelorscriptie Femke Vermeer Geschiedenis, Universiteit Leiden, 2013


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM