In 1951 kwamen 12.500 Molukkers per boot naar Nederland; 3.500 Molukse soldaten uit het Koninklijk Nederlands-Indische Leger en hun gezinnen. Na de Tweede wereldoorlog was in Indonesië een dekolonisatie-oorlog uitgebroken. Nadat Nederland de soevereiniteit van Indonesië had erkend was in de oostelijke eilandengroep, de Zuid Molukken genaamd, een eigen staat opgericht. Veel Molukkers die eerst aan de kant van de Nederlanders hadden gevochten, streden nu tegen het Indonesische leger voor hun eigen Republik Maluku Selatan (RMS). Ondertussen werd het Nederlandse koloniale leger opgeheven. Molukse soldaten uit dit leger mochten van de Nederlandse en Indonesische regering niet naar hun dorpen op de Molukken terug, bang als zij waren dat de soldaten aan de kant van de RMS-ers zouden gaan vechten. Nederland stelde voor dat de Molukse soldaten tijdelijk naar Nederland kwamen. Tussen 23 maart en 21 juni 1951 kwamen de Molukkers in de havens van Rotterdam en Amsterdam aan. De meerderheid kwam oorspronkelijk van het eiland Ambon en nabijgelegen eilanden. Daarom werden de Molukkers vaak Ambonnezen genoemd. De meeste Molukkers zijn protestants, een klein deel moslim of katholiek.
