Uitgebreid zoeken

Oral History: persoonlijke migratieverhalen

In september 2013 begonnen zo'n 35 bachelorstudenten van de opleiding Geschiedenis (Universiteit Leiden) aan het vak Oral History. Docent was Marlou Schrover, hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden. De opdracht aan de studenten laat zich dan ook snel raden: houd een interview met een persoon met een migratieverleden en ga op zoek naar nog niet eerder vertelde verhalen. Studenten mochten mensen interviewen met een binnenlands migratieverleden. Maar het moest niet blijven bij een interview alleen. De studenten moesten ook op zoek naar foto's, documenten of andere voorwerpen die het verhaal van de geïnterviewde visueel ondersteunde.

Deze online tentoonstelling is het resultaat van het werk van de studenten. Aan iedere geïnterviewde is een aparte pagina gewijd. Door onderaan iedere inleiding te klikken op 'Meer over...' krijg je de hele pagina te zien. De namen van de studenten staan onderaan iedere inleiding.

Zie ook: Interview Marlou Schrover (CGM-website)

In september 2013 begonnen zo'n 35 bachelorstudenten van de opleiding Geschiedenis (Universiteit Leiden) aan het vak Oral History. Docent was Marlou Schrover, hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden. De opdracht aan de studenten laat zich dan ook snel raden: houd een interview met een persoon met een migratieverleden en ga op zoek naar nog niet eerder vertelde verhalen. Studenten mochten mensen interviewen met een binnenlands migratieverleden. Maar het moest niet blijven bij een interview alleen. De studenten moesten ook op zoek naar foto's, documenten of andere voorwerpen die het verhaal van de geïnterviewde visueel ondersteunde.

Deze online tentoonstelling is het resultaat van het werk van de studenten. Aan iedere geïnterviewde is een aparte pagina gewijd. Door onderaan iedere inleiding te klikken op 'Meer over...' krijg je de hele pagina te zien. De namen van de studenten staan onderaan iedere inleiding.

Zie ook: Interview Marlou Schrover (CGM-website)

Interview met Birgitt van Megchelen

Na de ravage van de Tweede Wereldoorlog moeten grote stukken land in heel Europa heropgebouwd worden, maar dat is niet het enige dat gerestaureerd moet worden. Landen zijn ook het onderlinge vertrouwen kwijtgeraakt, met name tegenover Duitsland. In veel van de landen die waren ingenomen tijdens de oorlog heerst een ‘anti-Duits gevoel’, mensen willen niets meer met Duitsland en Duitsers te maken hebben. En hoewel deze ‘anti-Duitse gevoelens’ in de loop van de eeuw steeds minder worden, blijven ze verrassend lang overeind. Duitsers worden in Nederland niet met open armen ontvangen. Zelfs niet aan het begin van de jaren zestig als de oorlog alweer een tijd geleden is en de grenzen tussen landen steeds meer opengaan. Hoe was het voor Duitsers om aan het begin van de jaren zestig naar Nederland te verhuizen? Hoe reageerden mensen op de Duitse achtergrond en hoe gingen deze migranten hier zelf mee om?

Birgitt van Megchelen is zo’n migrant. Aan het einde van de jaren vijftig kwam ze een aantal keer naar Nederland. Ze ging op bezoek bij een bevriende familie en ze werd verliefd op een van de familieleden. Gerard was zijn naam (zijn roepnaam was Gerd) en hij was zeventien jaar ouder dan zij. Op achttien jarige leeftijd trouwde ze met hem. Birgitt zelf is geboren en getogen in het Duitsland van tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Na de bruiloft is ze bij Gerd in Nederland gaan wonen. Ik heb haar geïnterviewd over hoe het was om als Duitse in Nederland te komen wonen. Hoe reageerden mensen op haar achtergrond en hoe ging Birgitt hier zelf mee om?

Door: Eliane Odding

Interview met Ruth Wallage-Binheim
Ruth Wallage-Binheim is geboren op 1925 in Hannover. Als Duits- Joods meisje is ze opgegroeid in een familie met drie kinderen (broer Hans-Werner en  zusje Hanna). Ruth is geëmigreerd in 1939 naar Nederland, vluchtend voor de aankomende oorlog. Met veel geluk heeft ze de oorlog overleefd en is ze na de oorlog getrouwd met Jacques Wallage en heeft ze 2 zoons gekregen: Philip en Hans-Werner Wallage.

Rond 1929 waren er al vele Joden die hun heil ergens anders gingen zoeken. Een deel kwam  illegaal naar Nederland via handelsrelaties en andere omwegen. Oost-Europese Joden werden geweerd want zij werden in verband gebracht met het communisme. Duitse Joden daarentegen werden eerst nog wel toegelaten. Wel moesten Joden laten zien dat ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. Ruth Wallage is met het laatste kindertransport in 1939 naar Nederland gekomen.

Door: Hans Wallage

Interview met Bruno Gardini

De respondent die ik voor dit onderzoek heb geïnterviewd is Bruno Gardini. Hij is in 1947 geboren in Passatore in de Italiaanse provincie Piemonte. Tijdens zijn jeugd is hij nog naar het nabijgelegen Cuneo verhuisd. Later heeft hij aan de Techniche Universiteit van Turijn gestudeerd, hij rondde zijn studie af in 1971. Vervolgens heeft hij twee jaar dienstplicht gehad. Hij heeft daarna nog een aantal jaar in Turijn gewoond en gewerkt bij de universiteit. In 1975 is meneer Gardini geëmigreerd om in Noordwijk als ingenieur te werken bij de ESTEC (onderdeel van de European Space Agency). Hierdoor valt hij binnen de categorie van expats. In 1977 is hij weggegaan en in Duitsland gaan werken om in 1981 weer terug te komen naar Nederland en zich daar definitief te vestigen.

Door: Irene Garofalo

Interview met meneer Keller

George Wilhelm Keller is geboren in 1928 in Sawah-Loento, een mijnbouwstadje in het Barisangebergte op West-Sumatra. In 1946 meldde hij zich op 18-jarige leeftijd aan voor het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Bij de opheffing van het KNIL in 1950 werd meneer Keller overgeplaatst naar de Koninklijke Landmacht (KL). Hij vertrok als soldaat naar Nieuw-Guinea, met in zijn achterhoofd daar een bestaan op te bouwen als kolonist. In 1951 gaf hij zich vrijwillig op om in Korea te vechten, waar hij zwaar gewond raakte. Hij is vervolgens weer teruggekeerd naar Nieuw-Guinea. Daar stuurde in 1955 een commandant hem naar Nederland toe om een graad te behalen. Meneer Keller stapte op het vliegtuig en in de komende jaren behaalde hij hogere rangen op de kaderschool in Nederland. In 1962 keerde hij terug naar Nieuw-Guinea, maar dit keer om te vechten. Nederland verloor de strijd en moest zijn kolonie afstaan aan Indonesië. De thuislandsdroom van meneer Keller was verwoest en hij keerde terug naar Nederland. In 1983 ging hij met pensioen.

In het verhaal van meneer Keller staan zijn militaire dienst, zijn kolonistenleven in Nieuw-Guinea en zijn migratie naar Nederland centraal.

Door: Judith Calkhoven

Interview met Jetske Sjoukje Overwijk-Ringersma
Van groene sawa’s naar weilanden met koeien, van tropische warmte naar guur en koud weer. Een wereld binnen stappen die tot dan toe onbekend is, maar wel een nieuw thuis moet worden. Vanaf 1946 zijn Nederlanders, Indo-Europeanen en Indo’s vanuit Nederlands-Indië/Indonesië gemigreerd naar Nederland. Voor diegenen die niet eerder in Nederland waren geweest moest dit een enorme overgang zijn. De Indische Nederlanders wonen nu al meer dan zestig jaar in Nederland. Aanpassen is een term die veel gebruikt wordt in combinatie met migratie. Het lijkt erop dat de Indische Nederlander zich goed heeft aangepast. Maar hoe is dit geweest voor een migrant uit Nederlands-Indië die zich moest gaan thuis voelen in Nederland? Om deze vraag te kunnen beantwoorden heb ik een interview gehouden met een migrant, namelijk mijn oudtante, Jetske Sjoukje Overwijk-Ringersma. Het is duidelijk dat de familie Ringersma vanuit Nederlands-Indië is gemigreerd naar Nederland omdat zij moesten. Nederlands-Indië was onafhankelijk geworden en er was geen plaats meer voor de familie.

Door: Maayke de Vries

Interview met Bernardina Sophia Kemperman-Brauticham
Bernardina Sophia Brauticham werd op 22 juni 1925 in Nederland geboren. In 1956 trouwde zij op 31-jarige leeftijd met Albert Kemperman en kreeg twee kinderen. Na het huwelijk kon Albert bij Shell aan de slag, waardoor het gezin in 1960 kortstondig naar Venezuela moest migreren. Daar hebben zij eerst in Maracaibo en later in Caracas gewoond. Als vrouw van een expat ervoer Bernardina het verblijf in het buitenland anders dan andere migranten. Reis en woning werden door Shell verzorgd, evenals de huishoudhulp. In 1962 is de familie een jaar teruggekomen naar Nederland. Zij hebben toen in Zeist in een pension gewoond. In dit jaar is hun jongste zoon Koen geboren. Vervolgens zijn zij in 1963 teruggekeerd naar Venezuela, waar zij tot 1966 bleven. Hierna vestigden zij zich voor de kinderen definitief in Nederland.

Door: Marc D’haene

Interview met Juliaan Edwin Alfons Emanuel

Juliaan werd op 4 september 1931 te Soerabaja, Nederlands-Indië, geboren als zoon van een Nederlandse vader en Indische moeder. Door zijn dubbele nationaliteit wist hij uit de Jappenkampen te blijven. Veilig was het echter niet. Tijdens de Bersiap vluchtte het gezin in 1946 naar Nederland. Zijn vader had het kamp in Bandung overleefd, maar moest flink aansterken. In Nederland begon Juliaan aan zijn opleiding HBS, maar kon deze niet hier vervolgen omdat het gezin in 1947 weer terug naar Indonesië migreerde. Hier werd hij voorzitter van de scholierenvoetbalvereniging en captain van het eerste team. ‘Achteraf moet ik zeggen dat ik toen de mooiste tijd van mijn leven heb gehad.’ Drie jaar later verhuisde het gezin echter weer terug naar Nederland. Ditmaal voorgoed. Juliaan voltooide de vliegopleiding in Ypenburg en begon een carrière in de luchtmacht. Na zijn dienstjaren vloog hij voor de KLM en bezocht vele plekken, waaronder zijn geliefde Indonesië.

Door: Sam Moring

Interview met Andrzej Skibiński

Andrzej SkibiÅ„ski werd in 1955 in Warschau geboren. Als  gepassioneerd fotograaf, werkende bij een drukkerij, kwam hij bij Solidarność terecht. Hij klom hoger op binnen deze beweging, maar verloor na verloop van tijd zijn passie voor de anticommunistische organisatie. Hierdoor migreerde hij in 1981 in ‘een opwelling’ met zijn gezin uit Polen. Na een tijdelijk verblijf in Oostenrijk van ongeveer een jaar hoorden zij dat Holland honderd Polen op zou vangen. Zo kwamen zij in 1982 uiteindelijk in Nederland terecht. Omdat Andrzejs vrouw, Teresa, familie in Breda had, besloot het gezin zich daar te vestigen. Het leven in het nieuwe land was duur. De lening die zij van de overheid kregen, zorgde ervoor dat Andrzej zich ‘nog niet zo arm in zijn leven heeft gevoeld.’ Maar na taallessen, het vinden van een baan en de afbetaling van de lening ging het beter. Na verloop van tijd kon het gezin zelfs een autootje aanschaffen. De eerste vakantie naar het geboorteland stond in de planning. Dit bleek echter een vreemde thuiskomst in een ander Polen.

Door: Dennis van Leeuwen

Interview met Arie Willem Schmidt

Arie Willem Schmidt werd op 28 december 1926 geboren in Amsterdam. Op negentienjarige leeftijd meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger en vertrok als soldaat naar Indonesië. Vlak na zijn diensttijd, in 1950, vertrok hij nogmaals naar Indonesië. Ditmaal als expat. Hier verbleef hij vijf jaar. Na een korte tussenpose vertrok Arie in 1957 voor vier jaar met zijn vrouw Tiny Schmidt weer als expat naar het buitenland. In Japan verwonderde hij zich over de geheel nieuwe zakencultuur, geisha’s en de gang van zaken op de universiteiten. De jaren in Japen bleken een van meest intensieve en mooiste van zijn leven. Op vijfendertig jarige leeftijd keerde hij weer terug naar Nederland. Eenmaal hier was het moeilijk wennen. De inspirerende Japanse omgangsvormen en bedrijfsstructuren zouden hem altijd bijblijven.

Door: Willemijn Schmidt

Interview met Hebe Charlotte Kohlbrugge

Hebe Charlotte Kohlbrugge werd op 8 april 1914 in Utrecht geboren. Tijdens haar leven reisde ze veel. Zo vertrok Hebe na haar eindexamen in 1933 op negentienjarige leeftijd naar Duitsland om een huishoudopleiding te volgen. Na anderhalf jaar migreerde ze voor enkele maanden naar Noorwegen. Hierna was ze een tijd lang au pair in Engeland en Ierland. Tien jaar later vertrok Hebe in 1936 wéér naar Duitsland. Hier kwam ze voor het eerst in aanraking met Hitler en de Belijdende Kerk. In 1939 werd ze uitgewezen, waarna ze naar Zwitserland ging om een opleiding bij Karl Barth te volgen.

Op het moment dat de oorlog uitbrak was ze op vakantie in Nederland. Via wat kleine klusjes kwam ze terecht bij het Nederlandse verzet. In 1944 werd Hebe opgepakt met een vals persoonsbewijs. Onder de valse naam Christine Doorman zat ze tien maanden in kamp Ravensbrück. Na haar vrijlating keerde ze terug naar Nederland. Vanwege haar TBC moest ze tot 1947 in Zwitserland aansterken. Daarna kreeg ze een baan als secretaris bij de Duitsland-Commissie. Deze groep binnen de Nederlands Hervormde Kerk zette zich in voor de wederopbouw van het contact met de Duitse Kerk. Voor dit werk werd ze weer uitgezonden naar Duitsland. Omdat ze hiervoor alleen in West-Duitsland kwam, maakte ze vanaf 1949 zelf reizen naar Oost-Europa om zich in te zetten voor de kerken onder het juk van de communistische regimes.

Door: Jip Muris

Interview met Rita van Schaik

Max Neijndorff en Lucy Marcks ontmoetten elkaar tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp in Birma en trouwden hier in gevangenschap. Na de Japanse overgave in 1945 vluchtten ze uit Azië en vestigden zich in Den Haag. Hier werd op 5 december 1946 Rita Maria van Schaik geboren. In 1948 verhuisde het gezin terug naar Nederlands-Indië en begon een nieuw leven in Jakarta op het eiland Java. Vanaf haar tweede levensjaar groeide Rita op tussen de rijstvelden en ging naar een particuliere Nederlandse school. In Indonesië kreeg zij er twee zusjes bij. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 wilde het gezin van Rita naar Nederland, maar om financiële redenen namen zij pas in 1955 de boot terug. Rita was op dat moment pas negen jaar oud. Hierdoor maakte zij de migratie op een andere manier mee dan volwassen migranten.

Door: Zeping Oerlemans

Interview met Louise Ruiter-Cramer

Louise Ruiter heeft tot haar vierentwintigste in Amsterdam gewoond en altijd last gehad van de woningnood. Privacy en vrijheid heeft ze lange tijd niet gekend. Tot haar eenentwintigste woonde Louise bij haar ouders en met haar zusje in kleine woningen in Amsterdam. Daarna trok ze in bij haar echtgenoot, Henk de Bas. Dit zorgde voor redelijk wat spanningen, omdat alle voorzieningen werden gedeeld en veel mensen rekening met elkaar moesten houden. In 1966 werd met de geboorte van een eerste kindje de zolderkamer echt te klein. Familie De Bast besloot Amsterdam te verlaten en naar Vlissingen te verhuizen. Hier hadden zij op woongebied tal van mogelijkheden. Een flat met een balkon, een huis met tuin waar nog gerust iets aan gebouwd kon worden als er extra ruimte nodig was. In Vlissingen kon het allemaal. Uiteraard was de migratie voor Louise niet altijd makkelijk. Zo had zij haar familie en cultuur achtergelaten in Amsterdam. Vlissingen had misschien op cultureel gebied minder te bieden en de mensen waren minder ‘amicaal’ dan in Amsterdam, maar aan de andere kant kon Louise hier wel van het strand genieten. Een totaal onbekend begrip voor de ‘Amsterdamse Loes’ toentertijd. Nu wil ze niet meer terug. Vlissingen was snel haar nieuwe thuis geworden en is dat nog steeds.

Door: Merit Guldemond

Interview met Nelly en Jacques Kuyt

Nelly Kuyt-Kraft werd op 2 juni 1922 geboren. Tijdens een Sinterklaasfeest in de kolonie leerde ze Jacques Kuyt kennen. Al voor haar twintigste trouwde ze. Samen bouwden zij een bestaan op in Jakarta en kregen vier kinderen. Op 30 april 1944 werd Nels tweede zoon, Antoine Kuyt (Tonnie), geboren. Samen met zijn broers zeilde hij graag met de Sandy en de Sandy boy. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 koos Jacques voor de voormalige kolonie en gaf zijn Nederlandse identiteitsbewijs op. Nelly bleef deze echter wel behouden. Toen Jacques in 1960 plotseling aan hartfalen overleed, besloot Nelly meteen om met de kinderen naar Holland te migreren. Hier was immers ook al de rest van de familie. Met het schip ‘Zuiderkruis’ voeren ze in dat jaar nog uit Indonesië. Ze kwamen aan in Amsterdam en werden met de bus naar Den Haag vervoerd.

Door: Lotte Koppenrade

Komen en Gaan

Interview met Kees en Gree Goedhart

Kees en Gree Goedhart ontmoetten elkaar op een fuif en trouwden in 1961. Het echtpaar heeft jarenlang gereisd. Kees werkte al sinds 1960 voor CB&I en werd regelmatig als expat naar het buitenland gezonden. Zijn vrouw Gree Goedhart vond Nederland maar saai en ging, op één reis na, altijd met hem mee. Gezamenlijk bezochten zij Pakistan, Port Sudan, Zuid-Afrika, meerdere malen naar het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Indonesië en Frankrijk. Toen zij zich in 1987 permanent in Nederland vestigden, was Kees vijfenvijftig jaar oud. Tien jaar later ging hij met pensioen.

Door: Amber MacLean


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM