Uitgebreid zoeken

Vreemdelingenbeleid

In 1849 werd voor het eerst wettelijk vastgelegd welke vreemdelingen Nederland mochten binnenkomen en wie ongewenst was.

In de 19de eeuw werd in steeds meer landen bij wet geregeld wie staatsburger was en wie vreemdeling.

Er was na 1950 een groot tekort aan arbeidskrachten, dus waren arbeidsmigranten zeer welkom. Nederland sloot met zes landen een wervingsverdrag.

Poorter eed

In 1796 legde schoenmaker Joseph Tonck, afkomstig uit de plaats Dursten in Duitsland de Amsterdamse Poorter eed af. Migranten konden na betaling burger van een stad worden.

Poorter eed

Vanaf de jaren zeventig voerde de Nederlandse overheid een streng toelatingsbeleid voor arbeidsmigranten.

Wet Arbeid Buitenlandse werknemers (WABW) 1979

Toestemming van het gemeentebestuur van Zoeterwoude om gedurende één jaar als vreemde dagloner binnen het Koninkrijk te werken.

 

Acte van verlof voor vreemde dagloners in Zoeterwoude, 1807
Asielbeleid

Naast arbeidsmigranten en migranten uit voormalige koloniën kreeg Nederland in de 20e eeuw steeds meer te maken met asielzoekers.

Verzet van de Nederlandsche Toonkunstenaarsbond dat een ‘Actie comité tot weer van buitenlandsche musici’ had opgericht.

'Actie comité tot weer van buitenlandse musici'

De Vreemdelingenwet van 1965 verving de oude wet uit 1849. De wet bevatte regels over de toelating, de uitzetting en het toezicht op vreemdelingen, en over de grensbewaking.

Vreemdelingenwet 1965

Hotel Nederland : vol 
Auteur Peter van Straaten, Peter van, tekenaar  
Uitgever 1995, 1 april (Amsterdam : Vrij Nederland)  

Hotel Nederland

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM