Het is een gevleugeld gezegde in elke kring van migranten: "Op een dag keer ik terug naar mijn geboorteland." Dat gold ook voor Surinaamse vrouwen die in Nederland een opleiding tot verpleegster volgden. De meesten wisten zeker dat zij na het behalen van hun diploma naar Suriname zouden terugkeren, op z’n minst voor een paar jaar. Dat de meesten toch bleven, had alles te maken met de andere levensfase waarin zij terechtkwamen. Vrouwen leerden hun toekomstige echtgenoot kennen, traden in het huwelijk, kregen meestal ook kinderen. Stuk voor stuk goede redenen om de overtocht keer op keer uit te stellen. En uiteindelijk, zoals dat dan gaat, komt het er niet meer van. Voor de meeste vrouwen die in de jaren ‘50 naar Nederland kwamen, is dit land hun basis gebleven. Ze hebben er het grootste deel van hun leven gewoond, en hun kinderen en kleinkinderen wonen er. Familiebanden spelen voor de meeste vrouwen – daarin verschillen ze niet van andere migranten – een uitermate belangrijke rol bij de beslissing niet terug te keren naar het land van herkomst.
Een kwart van de Surinaamse vrouwen keerde na verloop van tijd om verschillende redenen naar Suriname terug. Bijvoorbeeld vanwege de ziekte van hun moeder of omdat hun man er werk kreeg. Zelden vertrok iemand vanwege omstandigheden in Nederland. Wie een baan wilde, had werk en er waren voldoende mogelijkheden voor nieuwe opleidingen. Ook de aanpassing was inmiddels zo ver voortgeschreden dat de meesten zich thuis voelden in Nederland. Niemand werd verteerd door heimwee, wel bleef er soms iets kriebelen. Een aantal vrouwen is teruggegaan omdat er een beroep op hen werd gedaan. In de jaren ‘50 hadden Nederlandse instellingen hun oog laten vallen op arbeidskrachten overzee, maar 20 jaar later zocht Suriname naar overzees opgeleid kader om een bijdrage aan het vaderland te leveren. Rita Somaroo had zelden een gedachte gewijd aan terugkeer. In 1970 kwam er een vacature voor een verpleegkundig-directeur van het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo. Zelf zou ze er niet aan hebben gedacht om te solliciteren, maar het toenmalige kabinet stuurde haar een uitnodiging om eens te komen praten. De functie van verpleegkundig-directeur heeft ze tot aan haar pensionering in 1992 vervuld.