Uitgebreid zoeken

Emiliano Ruiz: ‘Trots op wat Lize in 20 jaar heeft bereikt’

[title]

Emiliano Ruiz is geboren op 13 maart 1939 in La Pola de Gordón, van oudsher een steenkolenmijnenstreek in het noordwesten van Spanje. Tussen zijn 17de en 21ste volgt Emiliano een militaire opleiding. Lang genoeg om te leren wat discipline is (iets waar hij zijn hele leven profijt van heeft), maar ook om te ontdekken dat hij géén militair wil zijn, zoals zijn vader en grootvader. Op z’n 21ste gaat hij in de mijnen werken, als hulpelektricien. Toevallig leert hij enkele Nederlandse geologen kennen die hem uitnodigen om eens naar Nederland te komen. De jonge Emiliano twijfelt géén moment. In 1963 komt hij voor een korte vakantie naar Rotterdam, dat is althans de bedoeling. Want eenmaal hier ontdekt hij dat de banen voor het oprapen liggen. Hij solliciteert bij enkele bedrijven en tot zijn verbazing kan hij maar liefst uit vier werkgevers kiezen. Min of meer willekeurig kiest hij de Rotterdamse Droogdok Maatschappij, waar hij tot zijn 60ste blijft werken.

Begin jaren ’60 is het centrum van Rotterdam een kale vlakte, waar koeien grazen naast het Centraal Station, een ‘dorp’ van 900.000 mensen dat nog volop bezig is de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog te verwerken. Er zijn in geen velden of wegen restaurants te bekennen, op de Chinees en het Holland Huis na. Voor een fles wijn moest je naar De Bijenkorf, want dat behoorde tot de exotische producten. Emiliano komt in een pension in Rotterdam-Zuid te wonen, een destijds elitaire naoorlogse wijk, waar hij met 12 man op een kamer van 4 x 4 meter sliep, een emmer in het trappenhuis dienst deed als WC (om de dag kwam iemand met de paardenwagen langs om die te legen) en je voor een douche naar het badhuis moest. Hij houdt het er niet lang uit. Hij is enorm gedreven en begint vrijwel direct aan een opleiding bij de RDM, waar hij al snel een leidinggevende positie bekleedt. De Nederlandse taal leert hij echter niet op school, maar op de werkvloer en in zijn vrije tijd. Want zeker in die beginjaren trekt Emiliano nauwelijks op met de vele andere Spanjaarden die inmiddels ook bij de RDM en andere Rotterdamse bedrijven werken. Hij vindt hen namelijk ongelooflijk gierig, omdat ze maar één gedachte hebben: zo snel mogelijk geld bij elkaar sparen om weer naar Spanje terug te kunnen keren. Zij hebben geen enkele belangstelling voor de Nederlandse samenleving of voor Nederlanders, iets wat Emiliano juist enorm trekt. Het is dan ook niet vreemd dat hij met de Nederlandse Arien trouwt, een rasechte Brabantse die hij tijdens carnaval leert kennen, op één van zijn vele ontdekkingstochten door Nederland. Zij trouwen al snel, ook al hebben haar ouders nog wel enige moeite met die ‘vreemdeling’. “Want zowel in Rotterdam als in Brabant was je in de jaren zestig nogal bijzonder”, herinnert Emiliano zich. In die beginjaren richt hij zich volledig op zijn gezin, opleiding en werk.

Toch komt hij begin zeventiger jaren in het bestuur van de vereniging die een aantal Spaanse werknemers van de RDM opricht om hun landgenoten te helpen bij calamiteiten. Want die waren er genoeg in die tijd. Geen wonder dat alle 400 Spanjaarden die bij de RDM werkten, lid waren en maandelijks hun contributie van 10 gulden(!) betaalden. Het is midden jaren ’80 als hij besluit om in te gaan op de uitnodiging voor de ledenvergadering van de toen net opgerichte Federatie van Spaanse verenigingen in Nederland, die belangenbehartiging tot doel had. Tot op de dag van vandaag is hij actief in het bestuur van de FAEEH. Emiliano voelt zich trots op Rotterdam en de mentaliteit van de Rotterdammers die in de eigen kracht geloven om vooruit te komen. Diezelfde mentaliteit motiveert hem om zich niet alleen voor de Spanjaarden in te zetten, maar ook om actief te worden bij een organisatie die nog niet eens goed en wel is opgericht: het Landelijk Inspraakorgaan Zuid-Europeanen. Want hij gelooft heilig in de noodzaak om je stem te laten horen, in de dialoog met degenen die het beleid bepalen. En aangezien de Spanjaarden als groep te klein zijn voor een eigen inspraakorgaan, ligt het voor de hand om samenwerking te zoeken met de andere kleine Zuid-Europese gemeenschappen. Het is in die tijd dat hij andere Lize bestuurders van het eerste uur leert kennen zoals Ivan Bagaric en Ivica Lupi. Ook hier zorgen zijn doorzettingsvermogen en discipline, naast zijn geloof in Lize, ervoor dat hij jarenlang deel uitmaakt van het dagelijks bestuur en enkele jaren voorzitter is. Daarbij ligt één thema hem zeer aan het hart: samen met Dario Secchi is hij één van de eersten die aandacht vraagt voor de problemen die oudere migranten ervaren naarmate zij ouder worden ‘in den vreemde’. Hij kan zich enorm opwinden over hoe de Nederlandse samenleving deze ouderen simpelweg afschrijft, terwijl hij om zich heen ziet dat de meesten van hen zich kapot hebben gewerkt en om die reden vaak niet eens van hun oude dag kunnen genieten. Ook Emiliano betaalt nu de tol van zijn lange dienstverband bij de RDM: onlangs is longkanker bij hem geconstateerd als gevolg van jarenlange blootstelling aan asbest. Dat hij de persoon niet is om vervolgens het bijltje erbij neer te gooien, is typerend voor hem. Hij maakt zich eerder zorgen over al die oudere migranten die ook kanker door asbest krijgen, maar die niet worden geïnformeerd over het ‘asbestfonds’ en dus ook de financiële tegemoetkoming daaruit niet ontvangen. Velen van hen zijn immers geremigreerd. Met hetzelfde enthousiasme als hij zich de afgelopen 20 jaar voor Lize heeft ingezet, zet hij zich nu als vertegenwoordiger van de Zuid-Europese ouderen in voor het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten, het NOOM. Ook hier is zijn drijfveer: zelf voor je belangen opkomen! En aangezien de belangen van oudere migranten vrijwel gelijk zijn, ligt het voor de hand om de samenwerking aan te gaan met andere migrantenouderen maar ook met de Nederlandse ouderen. Naast de gemeenschappelijke belangen staat voor hem als een paal boven water dat wederzijds respect de basis vormt voor deze samenwerking. Tot slot heeft Emiliano een advies aan Lize: “Blijf je inzetten voor de herkenning en erkenning van de Zuid Europeanen in Nederland. Draag daarbij de boodschap uit dat het van belang is om je wortels te kennen en te koesteren, ook wanneer je tot de tweede of zelfs derde generatie behoort. Maar koppel direct daaraan ook de boodschap dat wij hier in Nederland wonen en volledig in de Nederlandse samenleving dienen te participeren.” Want voor Emiliano staat integratie gelijk aan participatie, niet meer maar ook niet minder. Het kabinetsbeleid zou er dan ook op gericht moeten zijn om die participatie te vergroten, in de eerste plaats via werk, maar net zozeer via politieke participatie en participatie in het vrijwilligerswerk. Zelf is hij wellicht daar het beste voorbeeld van. Want ook al is hij een echte levensgenieter, zijn voorliefde voor de Zuid-Europese keuken en reizen weet hij als geen ander te combineren met een grote maatschappelijke inzet. Ook 10 jaar na zijn pensionering!

// Lucía Lameiro García
Lizebulletin / nr 62 / oktober 2009

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM