Uitgebreid zoeken

... en Johan Christoph een char-à-bancs verkoopt en de dochter van een belastingcommies huwt

Johan Christoph Janusch deurwaarder Polen Zwolle

Het is te verleidelijk om na het verhaal van Daniel Wilhelm ook niet dat van Johan Christoph te vertellen. Althans de kleine inzichten die de krantenarchieven daarin geven. Toevallige berichten geven kleur aan de kale gegevens uit de burgerlijke stand, maar maken ze ook geheimzinnig vanwege alle zaken die de krant niet hebben gehaald en, ook als je verder de archieven in zou duiken, nooit te weten zal komen.

Johan Christoph is het vijfde kind - en de eerste zoon - van Daniel Wilhelm Janusch die vanuit Torun naar Nederland gaat, niet lang nadat dit deel van Polen eerst door Pruisen werd veroverd, dan een tijdje onder Frans bewind staat, en vervolgens weer Pruisisch wordt. Daniel Wilhelm was katoendrukker en huwt de dochter van de weduwe Hackstock die in Zwolle een zwartververij heeft.

Twee jongere broers van Johan Christoph lijken als kinderen van een immigrant hun draai in Nederland wel te vinden. Ze worden steendrukker - de een in Leeuwarden, de ander uiteindelijk in Kampen - en hebben regelmatig personeel nodig.

De vader hoeft zich ook geen zorgen te maken over zijn oudste zoon. Die bouwt een praktijk op als deurwaarder.

De eerste keer dat de naam van deze Johan Christoph opduikt in de verzameling historische kranten van de Koninklijke Bibliotheek is in het Algemeen Handelsblad van 2 januari 1863, waarin hij - met de vermelding van "Deurwaarder, Voorstraat, Zwolle" - wordt genoemd als agent voor uitvoering van de remplacantenregeling: degenen die werden ingeloot voor de "Land- en Zeemilitie" konden zich - uiteraard tegen betaling - laten vervangen. (Op dat moment oefenen drie Januschen hun bedrijf in de Zwolse Voorstraat uit: vader Daniel Wilhelm met zijn zwartververij, zoon Daniel Wilhelm met zijn steendrukkerij en dus ook Johan Christoph als deurwaarder.)

In de jaren daarna staat zijn naam ook onder allerlei officiële oproepen in verband met vaststellingen van overlijdens en dergeljke. De archieven laten gelukkig ook kleurrijkere advertenties zien.

De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 12 oktober 1868 heeft een leuke waarin Johan Christoph een publieke verkoping aankondigt van de bedrijfsmiddelen van een zekere G.J. Fokkert vanwege diens "verandering van affaire". Te koop zijn onder andere een "char-à-bancs", een "barouchette" en een "vigelante", voor ons exotische benamingen voor onbekende typen koetsen.

Een jaar erna - op 8 november 1869 - biedt dezelfde Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant een aardige advertentie waarin hij melding maakt van een andere publieke verkoping, nu van het beurtschip "De vier Gebroeders", met "al het daarbij behoorende Zeil-, Treil-, Op- en Bijgoed en verder geheelen completen Inventaris". Beurtschepen bestaan al lang niet meer. En wie weet nog wat zeil-, treil-, op- en bijgoed is?

Snel hierna treedt er een belangrijke verandering op in het leven van Johan Christoph. Eerst zien we een advertentie waarin hij meldt te zijn verhuisd van de Voorstraat naar de Diezenpoorterplas, ook in Zwolle. De reden voor deze verhuizing wordt duidelijk in dezelfde krant van 22 november. In een advertentie geven hij en G. van Tongeren kennis van hun ondertrouw drie dagen eerder. Uit de krant van 4 december blijkt dat ze op 2 december 1869 in het huwelijk zijn getreden. Er is weinig fantasie voor nodig om hieruit te lezen dat hij zijn huisvesting in de Voorstraat niet geschikt vond voor het aanstaande gezinsleven.

G. van Tongeren is Gerritje van Tongeren. Zij is de 25-jarige dochter van de "belastingcommies" Martinus van Tongeren. Dat ziet eruit als een nette echtgenote voor een nette deurwaarder. Als belastingambtenaar leidt haar vader overigens een nogal ambulant bestaan: kinderen worden geboren in Steenwijk, Vriezenveen, Raalte, Vollenhove en Haaksbergen. Een zoon zelfs in Duitsland, preciezer gezegd het koninkrijk Hanover, zij het nét over de grens achter Vroomshoop en Vriezenveen. (De vrouw van Martinus van Tongeren zou daar vandaan komen.)

Bij het trouwen van Gerritje heeft een van haar zussen - Maria Johanna - al moeten meemaken dat een kind na drie maanden sterft. Ze is er dan nog van onwetend dat haar nog een paar van dergelijke drama's te wachten staan. Twee van haar kinderen zullen levenloos geboren worden en een ander zal niet ouder worden dan een jaar. Hieruit wordt op een wrede manier duidelijk dat we pas in het derde kwart van de negentiende eeuw zitten, wanneer dit nog heel gewoon is. Gerritje en Johan Christoph lijkt dergelijke verdriet bespaard te blijven. Zij krijgen in ieder geval twee dochters - Carolina Gezina en Johanna Rosina - die lang genoeg leven om in de jaren '90 te trouwen. Maar dan is het inmiddels geen immigratiegeschiedenis meer, maar familiegeschiedenis.

Wat is de les van dit verhaal?

Op de eerste plaats dat de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant veel interessanter is dan je zou vermoeden. Als je niet uitkijkt, blijf je bladeren in een papieren museum van een tijd die lang vervlogen is.

Serieuzer is natuurlijk het beeld van een wereld waarin grenzen veel minder een rol leken te spelen dan nu. Het kan zijn dat doordat Zwolle niet zover van de grens ligt, maar zo grasduinend in de vroege familiegeschiedenis struikel je over de mensen die hun wortels ergens in Duitsland hebben, niet alleen vlak over de grens, maar ook stukken verder naar het oosten.

En, misschien wat te rooskleurig voorgesteld, is er ook het beeld van een Nederland dat kansen bood, ongeacht je af- of herkomst. Van drie zonen van een Pools-Duitse (of Duits-Poolse, zo duidelijk is het allemaal niet) katoendrukker is duidelijk dat ze hier een meer dan redelijk bestaan konden opbouwen. De immigrant deed het zelf trouwens ook niet onaardig.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM