Uitgebreid zoeken

Een geheel van Turks en Nederlands

door Sevgi Gülen

 

Gediz Turan (1971) en Berry Cleffken (1972) zijn drieëntwintig jaar samen. Ze hebben samen twee zonen, Fico Zafer (10) en Quint Kerem (7). Gediz is binnenhuisarchitecte & freelance columniste en Berry is chirurg.

 

Gediz: Mijn vader kwam in 1965 naar Nederland nadat hij door Scheepswerf Wilton-Fijenoord was geworven. Hij is in 1970 in Turkije getrouwd en een jaar later ben ik in Vlaardingen-Oost geboren. Daarna hebben wij in Rozenburg gewoond en in 1978 verhuisden we naar een flat aan het Jacques Urlusplein in Schiedam. Ik heb op basisschool Het Windas gezeten.


Berry: Ik ben in Amsterdam geboren. Ik heb tot mijn studententijd altijd in Maassluis gewoond en in Schiedam op het Stedelijk Gymnasium gezeten. Gediz zat bij mij in de klas. Zij was heel rustig, een keurig meisje. Ik was heel druk en liep veel feestjes af. Ik spijbelde wel eens, vond school niet zo belangrijk. Zij wel, bij hen thuis werd een goede opleiding heel belangrijk gevonden.

Gediz: In Turkije werkten allebei mijn ouders als onderwijzer. Toen tijdens de gezinshereniging in de jaren '70 veel Turkse kinderen naar Nederland kwamen pakten ze hun beroep weer op. In 1975 werden ze door de gemeente Schiedam ook officieel aangesteld als Turkse leerkrachten. School was voor mij de belangrijkste dagbesteding. Voor Berry niet. Het was examenjaar en hij hield nooit aantekeningen bij, die had ik natuurlijk wel allemaal. Toen kwam hij bij mij aankloppen of hij ze mocht hebben. Zo kregen we meer contact als klasgenoten.

Berry: Ik kende voor Gediz niet veel Turken. Er waren nauwelijks Turkse mensen op onze school. Gediz was ook het enige Turkse meisje in de klas. Maar dat ze Turks was ging pas opvallen toen ik bij haar thuis kwam. Eigenlijk hadden haar ouders ook het idee dat Gediz thuis zou moeten komen met een Turkse man. Dat ze uiteindelijk met een Nederlander thuis kwam was nog tot daar aan toe, maar dat ze dan ook nog met de wildste jongen van de school aan kwam lopen was wel weer even wat anders.

Gediz: Mijn ouders kenden iedereen in mijn klas. Berry was niet echt populair bij mijn ouders omdat hij zo los was, zeg maar. Op persoonlijk vlak klikte het tussen Berry en mij, maar de culturele verschillen kwamen naar boven op het moment dat dingen verboden werden. Daarin merk je het grote verschil tussen Nederlanders en Turken. Dat wat Nederlanders normaal vinden, is voor Turken niet normaal en andersom, zoals verkering en zo.

Berry: In het begin was het lastig. Mijn leven was nou eenmaal zo ingericht dat ik ging hockeyen en bij het hockeyen hoorde ook feesten in het weekend en dan kon zij niet mee.

Gediz: Het is het eerste jaar heel vaak uit geweest. Berry had veel frustraties over hoe hij zich moest gedragen. Mijn ouders wisten niet dat wij samen waren. Ik wilde zeker weten dat hij verder wilde met mij. Maar dat weet je niet op je achttiende, dus het heeft wel een tijd geduurd voor ik daar thuis openheid over gaf. Ik was tweeëntwintig, hij eenentwintig.

Berry: Ze accepteerden het niet zonder verloving. Mijn familie accepteerde het wel, die zeiden dat het prima was als ik het zo wilde.

Gediz: Turken zijn heel sociaal, vaak is dat een sterke eigenschap, maar soms is het ook gewoon een nadeel. Mijn vader vond dat hij zich niet kon vertonen in de Turkse gemeenschap als ik zomaar een Nederlandse vriend had. Daar moest wel een kaartje aan hangen, dan moest ik met hem verloofd zijn.

Berry: Ik dacht: ‘Als dat jullie cultuur is, dan verloven we ons toch. Wat maakt mij dat nou uit?’

Gediz: Dat het echt een voorwaarde voor ons was om samen te kunnen zijn. Normaal gesproken is in ons gezin alles bespreekbaar, maar dat was dit niet. Toen is er een feest georganiseerd met veel gasten, een orkest en lintjes knippen. Het was een soort bruiloft.

Berry: Het werd een Turkse verloving. Als gevolg daarvan zijn we in New York getrouwd, zonder dat er iemand bij was.

Gediz: Een jaar na onze verloving wilden wij samenwonen. Dat is ook iets dat niet geaccepteerd wordt. Mijn vader zei: ‘Dat hebben wij niet in onze cultuur. Dat kan absoluut niet.’ Toen zei Berry: ‘Vader, als u een cultuur heeft, heb ik ook een cultuur. Waarom weegt uw cultuur altijd zwaarder en waarom schuift u mijn cultuur onder de tafel? In mijn cultuur wonen wij samen voordat wij trouwen. Wij hebben ons voor u verloofd. U woont in Nederland. Ik ben Nederlander, uw dochter is Turks. Wij moeten elkaar tegemoet komen.’
Ik schrok ervan dat hij dat tegen mijn vader zei. Ik vond het respectloos, maar ik vond wel dat hij gelijk had.

Ik ben gewoon gaan samenwonen met hem. Mijn ouders hebben dat niet geaccepteerd.’ Toen heb ik mijn ouders een jaar niet gezien.

 

Berry: Deze periode was voor Gediz emotioneel heel zwaar. Wat de gemeenschap van je vindt is belangrijker dan het geluk van je eigen kind, dat is een verkeerde drijfveer om keuzes te maken.

Gediz: Het sociale gebeuren, dat dwingende heeft dus ook een negatieve kant. Maar aan de andere kant is de liefde van mijn ouders onvoorwaardelijk en zijn ze bereid alles voor je te doen. Dezelfde intensiteit waarmee mijn ouders destijds zeiden: ‘Wij willen jou niet meer zien’, hebben ze ook als ze je willen helpen. En zo vrij als jouw ouders zijn wat betreft het accepteren van relaties, zo gereserveerd zijn ze als wij iets van hen nodig hebben. De intensiteit is heftiger bij Turken. Bij Nederlanders is iets leuk of: tja, minder leuk, jammer.

Berry: Het is te oppervlakkig allemaal. Mensen geven niet echt om elkaar, dat is wel zo in de Turkse cultuur.

Gediz: Sinds wij weer met elkaar omgaan, houden mijn ouders veel meer rekening met wat Berry wil en hoe hij ergens instaat. Toen we besloten onze kinderen niet te laten besnijden hebben ze dat ook geaccepteerd. Maar het gekke is dat mijn familie in Turkije geen moeite heeft met hoe wij leven en doen in Nederland.

Berry: Ik vind het ook heel leuk om bij haar familie te zijn in Turkije. Ik denk dat je de echte Turkse cultuur alleen in Turkije kunt proeven. In vergelijking met Nederland is de Turkse cultuur veel socialer. Familie is erg belangrijk, maar ook vriendschap is veel belangrijker dan hier. Hier leeft iedereen achter zijn eigen voordeur. In Turkije speelt het leven zich veel meer op straat af. Je merkt dat het daar echt hartelijker is en er gaat meer liefde van uit. Mijn perceptie van de Turkse cultuur is met name dat het een hele gezellige boel is. En dat hangt niet zozeer met het geloof samen, zoals een hoop andere Nederlanders vaak denken.

Gediz: Ik merk het wel, Berry zegt het ook altijd als wij in Turkije zijn: ‘Je past hier, de omgang met de mensen, jouw gedrag, het praten met je handen, jouw hele handelen, klopt in Turkije.’

Berry: De achtergrond die je met je meedraagt herken je op het moment dat je in Turkije bent. De energieke manier van spreken, de sociale contacten, alles valt dan op zijn plek. En dan merk je dat je, ook al gedraag je je in Nederland heel erg Nederlands, je toch ook echt wel Turks bent. Dat je echt twee nationaliteiten hebt. Aan de andere kant klop je ook weer niet daar, want wat jouw oom bijvoorbeeld tegen jou zegt, is dat de gemiddelde Turk bijna bang van jou wordt omdat je veel directer bent.

Gediz: Directheid spreekt me juist aan. Dat vind ik wel belangrijk. Turken zijn minder direct dan Nederlanders.

 

Berry: Bij Turken moet je eerst goed luisteren wat ze gezegd hebben en het dan gaan analyseren. Vervolgens is het de kunst je te realiseren dat ze precies het tegenovergestelde denken van wat ze gezegd hebben.

 

Gediz: In Turkije groei je binnen een sociaal systeem op waarbij je respect moet tonen en iemand niet mag kwetsen. Er zijn ook zo veel woorden in het Turks om kwetsen uit te drukken. Maar dat zijn wel subtiele gevoelens.

Berry: Nederlanders zijn veel minder bezig met emoties. Als je in Nederland een discussie wilt winnen dan moet je je op feiten baseren en niet op emoties. In Turkije gaat het toch meer de emotionele kant op en de gevoelskant. Dat is, denk ik, wel het verschil.

Gediz: Uiteindelijk moet je toch leren je emoties te scheiden van het rationele denken. Ik heb ook geleerd dat er stipte momenten zijn waarop je dingen moet doen. Bij Turken gebeuren veel dagelijkse dingen als bij inval. Zo ongeorganiseerd leven geeft niet veel rust. De structuur die in de Nederlandse maatschappij zit vind ik heel belangrijk.

Maar ik heb ook een spontane kant. Als je in Turkije mensen op straat aanspreekt zeg je teyze (tante), abi (broer), abla (zus) tegen ze. Dat doe ik hier ook. Berry vond het in het begin heel raar. Maar Berry en de kinderen doen het nu ook vaak. Mijn oudste zoon vraagt zelfs aan de postbode: ‘Komt u binnen een kopje koffie drinken!’

Berry: Iedereen is welkom bij ons thuis. Gediz heeft dat van huis uit meekregen, maar dat was voor mij wel een verandering.

Gediz: De kinderen kennen ook niet anders. Zij weten ook niet wat Turks en wat Nederlands is omdat dat thuis gewoon één geheel is.

Berry: Het is niet zo dat wij onze kinderen de Turkse of de Nederlandse cultuur bijbrengen. Wat wij samen belangrijk vinden proberen we de kinderen te leren. Dat ze direct reageren, dat ze luisteren, dat ze ouderen met respect behandelen.

Gediz: Ik vind wel dat er een menging is, maar ik denk dat wij die scheiding inmiddels ook niet zo goed meer zien. En er zijn ook normen en waarden die in beide culturen voorkomen. De kinderen hebben ook een Turkse tweede naam. Ze zijn zich er nog niet bewust van, maar ze voelen zich bij mijn ouders thuis en bij de familie in Turkije ook. Dat geeft aan dat ze echt met twee culturen zijn opgegroeid, hoewel ze geen Turks kunnen spreken. Ze hebben ook geen voorkeur. Ze maken geen onderscheid, ook niet in het geloof.

 

Dit verhaal is geschreven door Sevgi Gülen. Het is een verkorte versie, afkomstig uit het boek:

Turks-Nederlandse betrekkingen in de liefde / Aşkta Türkiye ile Hollanda arasındaki ilişkiler
Tweetalig, 120 blz, € 10,90

ISBN 978-90-70450-35-9

Uitgever Fonds Historische Publicaties Schiedam

 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM