Uitgebreid zoeken

Hoe Daniel Wilhelm de affaire van de weduwe Mustoph overnam...

Janusch Mustoph textielververij Zwolle 1844

In de Overijsselsche Courant van 15 november 1844 staat een kleine advertentie van het soort dertien in een dozijn, maar wel met een intrigerend verhaal erachter.

Een zekere D.W. Janusch laat het publiek in Zwolle en omstreken weten dat hij "zijde, wol en andere stoffen in alle gevraagd wordende couleuren en desseins" verft in de "affaire" die hij van zijn schoonmoeder - de weduwe J.C. Mustoph - heeft overgenomen.

Die "D.W. Janusch" is - als ik goed reken - mijn betovergrootvader. Voluit is hij Daniel Wilhelm Janusch, die op 28 november 1798 in Thorn wordt geboren en op 21 juni 1826 in de Nederlandse burgerlijke stand opduikt, als hij in het huwelijk treedt met een zekere Carolina Friederica Dorothea Hackstook, op 16 september 1807 in Lingen geboren. De trouwzaal zou bijna kraamkamer geweest zijn, want krap anderhalve week later komt hun eerste kind ter wereld: een dochter, luisterend naar de namen Amalia Rosina Dorothea. Er zouden nog veel kinderen volgen. Ten minste elf, als Genlias op dit punt volledig is, waarvan de laatste begin 1851 wordt geboren. Dan heeft Carolina Friederica Dorothea nagenoeg een kwart eeuw van zwangerschap tot zwangerschap geleefd. Dat ging overigens niet ten koste van haar gezondheid. Ze komt pas in 1897 te overlijden, negentig jaar oud. Haar man, Daniel Wilhelm, is minder sterk, hoewel ook hij nog de respectabele leeftijd van negenenzeventig jaar weet te bereiken als hij 1877 overlijdt, overigens niet meer dan drie jaar nadat hij een van zijn laatste kinderen in het huwelijk ziet treden.

(De achternaam van de vrouw van Daniel Wilhelm is ongetwijfeld niet "Hackstook", maar "Hackstock". Het is deze familienaam die verscheidene malen voorkomt in het archief van de Duitse stad Lingen, onder andere in een rechtszaak uit 1776 tussen wachtmeester Hackstock en een aantal medeburgers wegens "unerlaubten Tabak-rauchens".

En we zijn mogelijk getuige van een klein onfatsoen. Carolina draagt de achternaam van haar moeder - Anna Gerdrut Wilhelmine Ferdinandine Hackstock - en niet van diens overleden echtgenoot, J.C. Mustoph. Met deze Johann Christoph, die overigens net als Anna Hackstock uit Duitsland komt, waarschijnlijk uit de buurt van Potsdam, trouwt ze pas in 1811. Dan is Carolina al weer vier jaar. In de huwelijksakte wordt bij Carolina in het geheel geen naam van een vader genoemd. Wel dat ze in Lingen geboren is, maar op de plaats waar de naam van de vader hoort, staat "N.N.". Is Anna, de toekomstige schoonmoeder van Daniel Wilhelm, als ongehuwde moeder van Lingen naar Zwolle gekomen? En heeft Johann Christoph haar getrouwd, wetende dat zij een onecht kind had? We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen.)

Het Thorn dat bij de inschrijving van het huwelijk wordt genoemd, is niet het Thorn dat wij als wit plaatsje in Limburg kennen. Het Thorn van dit verhaal heet tegenwoordig Torun en ligt  zo in het noorden van centraal Polen. Het geniet een zekere faam als geboorteplaats van de sterrenkundige Copernicus en heeft - volstrekt toevallig - een stedenband met Leiden, waar ik al het grootste deel van mijn leven woon. (Helaas moet ook worden genoemd dat Torun de thuisbasis is van Radio Maryja, die als orthodox-katholieke radiozender de twijfelachtige eer heeft als antisemitisch en homofoob bekend te staan).

Polen heeft in de geschiedenis de tragische rol gehad de speelbal te zijn van de geopolitieke aspiraties van de Europese grootmachten. Dat lot ontgaat ook Torun/Thorn niet. Een paar jaar voor de geboorte van mijn betovergrootvader wordt Torun Pruisisch. Dat duurt niet lang, want in 1807 komt Napoleon en maakt het onderdeel van het  - slechts in naam zelfstandige - hertogdom Warschau. In 1814 wordt het weer Pruisisch. Het is goed voorstelbaar dat dit alles Torun niet ten goede kwam en dat een ondernemende jongeman alle redenen had om elders zijn geluk te beproeven.

Dat roept de vraag op: waarom dan uitgerekend naar Nederland? Welnu, daarvoor zijn er twee denkbare redenen. In de streek rond Torun woonden nogal wat mennonieten, die - bekend om hun godsvruchtige en ijverige aard - daarheen waren uitgenodigd om het land te ontginnen en die tot ver in de achttiende eeuw - in ieder geval qua taal - nog een band met Nederland onderhielden. Een tweede mogelijke lijn is die van de zogeheten "Ruslui", die vanuit Vriezenveen handel dreven op Sint Petersburg. Het is nagenoeg ondenkbaar dat zij op de overlandroute Torun als belangrijkste stad in de verre omtrek niet zouden hebben aangedaan. Langs beide lijnen kan Daniel Wilhelm over Nederland en de mogelijkheden daar hebben gehoord, of zelfs ondersteuning bij zijn emigratieplannen hebben gekregen.

Hoe dan ook, Daniel WIlhelm Janusch, katoendrukker van beroep, komt in Nederland aan en trouwt in 1826 met de dochter van de eigenaresse van een textielververij (het is verleidelijk aan te nemen dat het de dochter van zijn werkgeefster was, maar dat is helaas niet evidence-based), wiens zaak hij naderhand op eigen naam voortzet. Ze krijgen een flink aantal kinderen en van een aantal van die kinderen is bekend dat ze redelijk zijn terechtgekomen.

De eerstgeboren dochter lijkt het op school aardig te doen. In de Overijsselsche Courant van 30 juli 1833 wordt zij genoemd als een "der Leerlingen der school van het Departement der Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen" die - zij is dan net zeven jaar geworden - een ereprijs heeft gekregen. (De eerlijkheid gebiedt wel te vermelden dat deze prijs ook nog aan 123 andere kinderen wordt uitgereikt.) Een zoon blijkt deurwaarder te worden, geen onaardige positie voor een tweede-generatie-immigrant. Zijn naam komt regelmatig in regionale en landelijke dagbladen voor, zoals in een bericht uit 1883 dat een publieke verkoping zal plaatsvinden van een "pleizierboot". Een andere zoon vertrekt naar Leeuwarden waar hij in 1874 trouwt. Hij heeft daar een "handelssteendrukkerij". Daartoe blijven zijn commerciële activiteiten niet beperkt, want een aantal jaren later blijkt hij ook de uitgever te zijn van "De Nije Fryske Skoeralmenak" voor 1878. Een andere zoon is eveneens drukker geworden, maar dan dichter bij huis. In dezelfde Voorstraat in Zwolle, zo niet in hetzelfde pand waar zijn vader de textielververij heeft en zijn broer de deurwaarder ook gevestigd is, begint hij in 1859 een steendrukkerij, "eene uiterst prompte en accurate bediening belovende". Hij verplaatst zijn drukkerij eerst binnen Zwolle (naar de Bitterstraat) en naderhand naar Kampen. Het gaat beide broers kennelijk voor de wind, want in opeenvolgende jaren bevat Het Nieuws van den Dag personeelsadvertenties van hen: de broer in Leeuwarden vraagt in 1876 een "lithograaf, bekwaam in het Engelsch schrift" en de ander blijkt een jaar later behoefte te hebben aan "een bekwaam Steendrukker".

Deze Kampense drukker is de vader van mijn grootvader, Johannes Adolf. In 1878 geboren in Kampen, laat hij zich in 1904 als "spekslager" inschrijven in het bevolkingsregister van Den Haag, met Epe als vorige woonplaats. Hij zal het daar weten te schoppen tot bedrijfsleider van de duurste slagerij van de stad - Dungelmann, die daadwerkelijk hofleverancier was - en daarmee niet slecht boeren. Ik heb nog het zilveren sigarenkistje staan dat hij ter gelegenheid van een bedrijfsjubileum heeft gekregen. Het is te verleidelijk om niet uit het bericht in Het Vaderland over dit jubileum te citeren: "Geheel in overeenstemming met het bescheiden karakter van den jubilaris was hieraan geen ruchtbaarheid verleend, waardoor iedere huldiging achterwege bleef. De heer Janusch, die de zaak heeft zien groeien en bloeien, geniet een onbeperkt vertrouwen en staat zoowel bij de firma als bij het personeel zeer hoog aangeschreven." Je gaat er met terugwerkende kracht bijna van blozen.

Al met al dus een geslaagde immigratiegeschiedenis, met nog één opmerkelijk feit: nog generaties lang blijft Daniel Wilhelm een geliefde voornaamcombinatie voor de zonen, tot en met mijn vader.

 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM