Uitgebreid zoeken

Sikhs in Amsterdam

Amsterdam telt migranten van allerlei pluimage. Wij bezochten een kleine, maar hechte groep: de sikhs. Hun tempel bevindt zich op het bedrijventerrein Sloterdijk. Voor de wekelijkse dienst wordt een hoofddoekje omgeknoopt.

Mannen op blote voeten vegen de straat voor een lange stoet van geloofsgenoten in de jaarlijkse Nagar Kirtan. De processie door de stad markeert een religieuze hoogtijdag van de Amsterdamse sikhs. Het is Vaisakhi. Ze vieren hun verjaardag als sikhgemeenschap die ruim 400 jaar geleden in Punjab is ontstaan. Nog niet zolang geleden kwamen de eerste sikhs naar Amsterdam. Portret van een tamelijk onbekende migrantengroep.

De zondagmiddag is net een uurtje oud als ik na een stevige fietstocht arriveer op het bedrijventerrein Sloterdijk in Westpoort. De omgeving biedt een verlaten aanblik. Eenzaam rijdt een auto door de Schakelstraat. Zou de bestuurder weten dat hier de Shri Guru Nanak Gurdwara Sahib gevestigd is? Slechts een oranje vlag markeert de grootste sikhtempel van Nederland, die wekelijks door enkele honderden gelovigen bezocht wordt.
Jinder Singh heet mij welkom. Hij is een van de bestuurders van de Gurdwara (tempel) en treedt vaak op als woordvoerder. In het dagelijks leven is hij accountant. Ik trek mijn schoenen uit, doe een oranje hoofddoekje om en volg hem door het gebouw. Ik waan me in de Punjab, de noordelijke deelstaat van India, waar de meeste van de circa 26 miljoen sikhs wonen. De dienst is net voorbij en door het hele gebouw klinkt Indiase muziek. Kinderen met oranje hoofddoekjes en tulbanden rennen door de gangen. In de grote zaal zitten vrouwen in kleurige Indiase gewaden en mannen met tulbanden of hoofddoeken aan de gezamenlijke vegetarische maaltijd. Op de achtergrond staat een goudkleurig altaar met daarop de Goeroe Granth Sahib, het heilige boek van sikhs. Ernaast flikkeren vrolijk gekleurde knipperlichtjes.
“Niet veel mensen in Nederland weten wat sikhs zijn”, zegt Jinder Singh, als we na een uitgebreide rondleiding in de keuken zijn beland. “Sikhs wonen en werken al decennia in Amsterdam, maar onze gemeenschap is vrijwel onbekend.” Dat is precies de reden van mijn bezoek. Al jaren ben ik gefascineerd door de exotisch ogende confectiegroothandels op de Baarsjesweg en benieuwd naar de migrantengroep die hierachter zit. De eigenaren zijn sikh, maar verder reikt mijn kennis niet. Als ik informatie zoek, blijkt er weinig over de Amsterdamse sikhs  geschreven te zijn. Wie zijn zij, waar komen ze vandaan, hoe zijn ze hier terecht gekomen en waarom?

3000 Amsterdamse sikhs
Al eeuwenlang heeft Amsterdam een grote aantrekkingskracht op migranten. De sikhgemeenschap is een relatief kleine groep, maar het exacte aantal Amsterdamse sikhs is moeilijk te bepalen. In de bevolkingsstatistieken komt het woord sikh niet voor. Sikhs zijn Indiase staatsburgers en zo worden ze dus geregistreerd, de jarenlange roep om een autonome staat ten spijt. Op 1 januari 2011 telde Amsterdam 1694 personen met de Indiase nationaliteit. Naar schatting tweederde van de Amsterdamse Indiërs is sikh, maar er komen ook sikhs uit landen als Suriname, de VS en Afghanistan. Dat maakt tellen lastig, ook al omdat veel uit India afkomstige Amsterdammers de Nederlandse nationaliteit hebben. Laten we daarom uitgegaan van de schatting die men in de tempel maakt: 3000. De meeste Amsterdamse sikhs voelen zich verbonden met de eigen gemeenschap. Die beperkt zich niet tot Amsterdam. Ook in andere grote Nederlandse steden wonen sikhs waarmee contact wordt onderhouden en er zijn banden met sikhs in het buitenland.
De religie van de sikhs werd in de 15de eeuw gesticht door Goeroe Nanak Dev (1469-1539). Al snel was duidelijk dat hij een bijzonder mens was, zo wil de overlevering. Zijn geboorte ging – net als die van vele christelijke heiligen en profeten – gepaard met “wonderbaarlijke tekenen en hemelse muziek”. Onder het leiderschap van de Goeroe en zijn opvolgers ontstond een religieuze gemeenschap die onder andere elementen bevat van de islam en het hindoeïsme. Van de islam werd het monotheïsme overgenomen en van het hindoeïsme het geloof in reïncarnatie. Het discriminerende kastenstelsel werd afgeschaft.
Een sikh die de geloofsregels volgt, eet vegetarisch, drinkt geen alcohol en bidt elke dag drie keer. Steun geven aan mensen die het minder goed hebben is belangrijk. Jinder Singh: “Waar het kan zullen we anderen helpen, maar zelf houden we onze hand liever niet op.” Kirat Karni: hard werken en op eerlijke wijze je kost verdienen, is een fundamentele waarde van het sikhgeloof. Maar mochten sikhs ondanks hun sterke arbeidsethos werkloos raken, dan maken ook zij gebruik van sociale voorzieningen.

Vijf uiterlijke symbolen
Huwelijken zijn veelal gearrangeerd, maar de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen is opmerkelijk. De 32-jarige Inderjeet Kaur: “Sikhs vinden het belangrijk dat vrouwen zelfvertrouwen hebben en in staat zijn te vechten voor zichzelf. Net als mannen dragen we daarom een kleine rituele dolk onder onze kleding: de Khirpaan. We zullen hem nooit gebruiken om iemand aan te vallen, maar als wij worden aangevallen, verdedigen we ons, mannen zowel als vrouwen.” Deze dolk is een van de vijf uiterlijke symbolen die sikhs dragen nadat ze gedoopt zijn. De andere vier zijn: Kesh, ongeknipt haar; Khanga, een kleine houten kam; Kara, een stalen armband die symbool staat voor goed gedrag en Kachha, een soort boxershort die symbool staat voor trouw aan de huwelijkspartner.
Maar veel Amsterdamse sikhs zijn niet aan deze symbolen te herkennen. Sikhs worden pas gedoopt als ze er zelf aan toe zijn en een aanzienlijk aantal laat zich pas op latere leeftijd of helemaal niet dopen. Soms is het uit economische overwegingen handig om zich niet duidelijk als sikh te profileren. Sikhs hebben bijvoorbeeld een eigen keuken, maar een ‘typisch Indiaas’ restaurant trekt meer mensen. Ook scheren jonge mensen zich steeds vaker wel en dragen zij geen tulband. Opvallend is de grote tolerantie ten opzichte van degenen die zich niet of slechts gedeeltelijk aan de geloofsregels houden. Sikhs hebben geen zendingsdrang en in de tempel lopen ook nogal wat ongedoopte sikhs rond.
De geschiedenis van de Amsterdamse sikhs is nauw vervlochten met hun tempels. De eerste religieuze bijeenkomsten werden midden jaren zeventig in een huis aan de Tweede Weteringdwarsstraat gehouden. In 1982 werd het pand aan de Gerard Doustraat gehuurd en vervolgens gekocht. Toen de gemeenschap hoorde dat een hypotheek was afgesloten, werd er snel geld bij elkaar gebracht en kon het pand worden afbetaald. In 2005 verhuisde de tempel naar de Schakelweg en in 2009 opende de Gurdwara Maan Sarovar Sahib aan de Baarsjesweg haar deuren. In de Den Texstraat staat een derde tempel, die vooral door westerlingen wordt bezocht. Westerse en Indiase sikhs hebben regelmatig contact, maar opereren grotendeels los van elkaar. De Indiase tempels fungeren bovendien meer dan de Nederlandse als een sociale ontmoetingsplek.

Inval in tempel
In het voorjaar van 2001 kwam de meestal zo onopvallende tempel in de Gerard Doustraat plotsklaps volop in het nieuws. Agenten waren er binnengestormd en hadden de vijf toenmalige hoofden gearresteerd. De tempel zou jarenlang een belangrijk onderduikadres zijn geweest voor mensen uit India en Afghanistan die via Amsterdam naar Engeland werden gesmokkeld. Het bestuur werd vrijgesproken, maar de gemeenschap was diep gekrenkt. Men kon er bovendien niet over uit hoe respectloos de agenten zich gedragen hadden. Ze waren de tempel in gegaan zonder hun schoenen, hadden het Heilige Boek aangeraakt en staken na afloop van de inval binnen een sigaret op.
Baljit Singh, één van de huidige tempelbestuurders: “De gemeenschap is toen in een heel slecht daglicht gesteld. Vóór de inval is nooit contact opgenomen met de tempel om te vragen hoe het zat. Bij sikhs is iedereen welkom in de tempel. Als je geen dak boven je hoofd hebt, mag je er slapen. Dat betekende natuurlijk niet dat wij bij smokkelnetwerken betrokken waren. Om dit soort verdenkingen te voorkomen hebben we toen maatregelen genomen. Er zijn nu beveiligingscamera’s om aan te tonen dat hier geen rare dingen gebeuren en in de tempel mag niet meer geslapen worden. De politie heeft spijt betuigd. Bij de opening in 2005 van de Gurdwara op bedrijventerrein Sloterdijk heeft de toenmalige korpschef publiekelijk excuus aangeboden.”
De meeste Amsterdamse sikhs hebben het incident achter zich gelaten. Het dagelijks bestaan vraagt alle aandacht. En soms een bijzondere gebeurtenis, zoals het noodlot dat prins Johan Friso in februari trof. Voor hem hielden zij de Akhand Paath, een speciale ceremonie en gebed, afgesloten met de Ardas, een smeekbede voor zijn herstel.

De migratie vanuit de Punjab
In 1849 veroverden de Britten de Punjab. De sikhs die er leefden kregen onder de Britten al snel een voorkeurspositie. Velen namen dienst in het leger en sikhsoldaten kwamen in verschillende delen van het Britse rijk terecht. Bij thuiskomst vertelden ze over de kansen op werk in den vreemde had gezien en zo kwam vanaf begin 20ste eeuw de migratie op gang. De meesten gingen door de jaren heen naar Engeland, Canada, Maleisië, Singapore, Australië, Nieuw-Zeeland, Kenia en de VS.
De komst van sikhs in Nederland heeft niets te maken met het Nederlandse koloniale verleden of de grote arbeidsmigratie van de jaren zestig en zeventig uit landen rondom de Middellandse Zee. Hun keuze voor Nederland was vaak min of meer toevallig. De eerste sikhs belandden begin jaren zeventig in Amsterdam. Ze liftten mee op de arbeidsmigrantenstroom van die tijd en begonnen vaak in loondienst bij een Nederlands bedrijf. Een enkeling begon al snel een eigen zaak, vaak in de horeca of de textiel. Latere migranten kwamen ook naar bedrijven van sikhs zelf en ook zij startten op den duur vaak weer een bedrijf. Dit gebeurde vooral in de jaren tachtig, toen de Amsterdamse confectiebranche bloeide. De rij groothandels op de Baarsjesweg stamt uit die tijd. En de vijftien etages hoge Toren Drie van het World Fashion Center huisvest heel wat bedrijven van sikhs.
Twee sikhs die in de tweede helft van de jaren zeventig in Amsterdam een nieuw bestaan begonnen, zijn restauranthouder Sardool Singh en ondernemer Hariner Singh Bahl.

Sardool Singh: ‘Amsterdam was een tussenstop’
“In 1977 kwam ik met twee studiegenoten naar Nederland. Ik ben niet om financiële redenen gemigreerd, maar ik wilde onder het juk van mijn vader vandaan. Hij was officier in het Britse leger geweest en had in de Tweede Wereldoorlog gevochten in Birma in het sikhregiment. Mijn vader woonde half in Canada, half in India, maar hij controleerde mij voortdurend.
“Het was ons plan naar Denemarken te gaan. Amsterdam was maar een tussenstop. Tijdens die tussenstop ontmoetten we in Tandoor – een Indiaas restaurant van sikhs dat al vanaf begin jaren zeventig op het Leidseplein zat – enkele sikhs die ons overtuigden in Nederland te blijven.
“Nederlanders waren in de jaren zeventig enorm in ons geïnteresseerd. Ik herinner me nog dat ik een keer met een paar vrienden in de kroeg zat en de overige bezoekers dachten dat we Indiase prinsen waren. Wij vonden dit natuurlijk grappig en hebben toen de hele avond vol kunnen houden dat we ‘familie’ van Indiase prinsen waren.
“Ik begon bij het Hilton Hotel op Schiphol en heb daar alle soorten werk gedaan omdat ik het horecavak wilde leren. Na enkele jaren wilde ik voor mezelf beginnen om aan mijn vader te laten zien dat ik ook wat kon. Toen ik hem belde was zijn eerste reactie: ‘You and business? Forget it’, maar hij maakte wel $ 35.000,- over. Door hem ben ik uit India weggegaan, maar hij heeft het mij ook mogelijk gemaakt de zaak te beginnen. Eerst samen met een kok, na zijn vertrek anderhalf jaar later met twee vennoten. We hebben vijf restaurants gehad, waarvan er nu twee over zijn. De andere moesten we verkopen omdat we geen goede koks konden vinden. De nieuwe generatie wil geen kok meer worden. Ik heb geadverteerd in Engelse kranten, zonder succes.”

Hariner Singh Bahl: ‘Ik kan deze blouses voor u uit India importeren’
Een van de succesvolle textielondernemers is Hariner Singh Bahl. Ik interview hem in een  luxe hotel aan het Vondelpark dat door zijn vrouw – in Tanzania geboren uit een hindoefamilie – wordt gerund. “In 1975 besloot ik India te verlaten. De reden was avontuur. Ik vloog KLM en kwam zo bij toeval in Amsterdam terecht. Ik vond werk in een hotel, maar vanwege het lage loon was ik er al snel niet tevreden mee.
“Bij toeval ontmoette ik op het Leidseplein een Nederlander die mij als sikh had herkend omdat hij in India door een sikhfamilie was geholpen toen hij z’n paspoort en geld was kwijtgeraakt. Hij nodigde me uit voor een drankje. Het was die dag erg koud en ik dacht: als ik één cognac drink, krijg ik het misschien wel zo warm dat ik straks geen bus hoef te nemen, maar naar huis kan lopen, dat scheelt weer een kaartje. Hij zou mij een goed advies geven. Hij adviseerde me om een textielonderneming op te zetten. Later bleek hij een bankdirecteur te zijn, maar dat wist ik toen niet.
“Dat leek mij wel wat. Ik ging gedurende enkele weken dagelijks naar C&A om te kijken hoe het er daar aan toeging. Na enige tijd had ik door welke drie blouses het populairst waren. Voor f 25,- kocht ik drie retourzendingen en daarmee ging ik naar het  hoofdkantoor van C&A. Ik wilde de inkoper spreken. Hij hield af, maar uiteindelijk lukte het me om binnen te komen. Ik toonde hem de drie blouses en zei: ‘Deze blouses lopen het beste en ik kan ze voor u uit India importeren.’ Het eindigde ermee dat hij me de kans gaf om binnen zes weken te leveren. De bankman hielp met het regelen van de verscheping van de textiel en adviseerde mij binnen vier weken te leveren. Dat lukte.
“Mijn bedrijf Guru bv groeide enorm in de loop der jaren. We leverden aan C&A, Foxy Fashion, V&D en later ook aan Cool Cat. We importeerden uit verschillende landen en hadden een eigen designteam. Later startte ik nog andere bedrijven en in 1998 verkocht ik de textieltak. Momenteel handel ik onder andere in beveiligingsapparatuur en prefab budgetwoningen. Waarom sikhs vaak ondernemingen starten? Ik denk dat wij avontuurlijk zijn, graag mensen helpen en kansen zien.”

Bronnen

www.sikhs.nl         

August Choenni, ‘De betekenis van etnisch-culturele factoren. Indiase en Pakistaanse ondernemers’, in: Jan Rath en Robert Kloosterman (red), Rijp en Groen. Het zelfstandig ondernemerschap  van immigranten in Nederland, Amsterdam: Het Spinhuis,  1998, 77-88.

Robin Cohen, Global diasporas. An introduction, Abingdon:  Routledge, 2004.

Gursev Singh, De Sikhs, Kampen: Kok, 2007.

Yasha Lange,  ‘Singh en Kaur’, NRC Handelsblad, 14 -12- 1998

‘Heilige verontwaardiging in Amsterdamse sikh-tempel’ , Algemeen Dagblad, 19-4-2001


Tekst: Aukje Lettinga

A. Lettinga
studeerde geschiedenis en is communicatieadviseur bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.
Met dank aan: Jacques van Gerwen, Jan Lucassen en August Choenni.

Dit artikel verscheen in het maandblad Ons Amsterdam (nr 6, juni 2012). Zie www.onsamsterdam.nl


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM