Uitgebreid zoeken

Zoeken: 1945-heden, Verhaal

Selecteer

Klik op een van onderstaande termen om het aantal treffers te beperken

Land van herkomst

Periode

: alle termen » 1945-heden

Plaats

Content type

: alle termen » Verhaal
29 treffers

Treffers

Na mijn afstuderen werkte ik vier jaar als onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht.

Vanwege mijn achtergrond voel ik een extra verantwoordelijkheid tegenover migrantenjongeren in Nederland.

Ik ben geboren op 26 maart 1962 in Bamenda, een provinciestad in Kameroen. Ik groeide op in een hecht gezin met drie oudere zussen en twee jongere broers.

Na de basisschool ging ik naar een internaat, het jezuïetencollege Saint Augustin. Dit internaat lag boven op een heuvel. We noemden het 'The Mountain'.

Als jongetje wist ik al dat ik later wilde gaan studeren. Mijn moeder steunde me hierin en zei dat ze, als ik goede rapporten haalde, zou zorgen dat ik in het buitenland kon studeren.

Lange tijd heb ik de plicht gevoeld terug te gaan naar Kameroen om het land te dienen.

Na een jaar studeren in Dublin en een jaar in Bath (Engeland) en vertrok in ’89 naar Tilburg om daar Sociale Zekerheidswetenschappen te gaan studeren.

Mijn opa was een bijzondere man. Ik heb hem nog gekend, hij heeft de wonderbaarlijke leeftijd van 114 jaar bereikt. Op het laatst was hij blind, hij voelde dan met zijn handen wie ik was.

Ik werd in 1980 geboren in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Ik heb mooie herinneringen aan mijn jeugd, het was een heel mooie, onschuldige tijd. Ik was een jongen die veel buiten speelde.

Mijn Marokkaanse achtergrond en ook mijn geloof spelen wel een rol, maar ik zie het puur als een privé-aangelegenheid. Met mijn vader sprak ik hier vroeger ook over.

Ik merkte op jonge leeftijd al dat ik anders naar films keek dan mijn vriendjes. Ik kon het alleen nog niet zo goed plaatsen. Ik keek of iets klopte en of er goed geacteerd werd.

Mijn vader groeide op in Katama, een dorpje in het noorden van Marokko als middelste zoon in een gezin van zeven kinderen.

In 1977 werd de wet voor gezinshereniging ingesteld. Daar heeft mijn vader gebruik van gemaakt, omdat hij hierdoor meer zekerheid en stabiliteit kon krijgen.

Mijn Surinaamse achtergrond is nog steeds heel belangrijk voor mij. Met name het samenleven van veel verschillende culturen binnen één land heeft mij sterk gevormd.

Mijn eerste herinnering aan Nederland is de kou. Hoewel ik in augustus 1987 aankwam vond ik het toch koud. Ik had me niet gerealiseerd hoe dat zou voelen.

De band van mijn familie met Nederland was heel sterk. Van moederskant woonde de hele familie al in Nederland, van vaderskant ook een aantal ooms en tantes.

Nadat mijn moeder besefte dat ze als filmmaker zonder een verblijfsvergunning niet aan de slag kon komen in Nederland, hebben we een klein jaar in asielzoekerscentra gewoond.

Ik heb een heel fijne jeugd gehad: liefdevol, sprookjesachtig. Bijna een ideale jeugd, zo denk ik eraan terug.

Op een gegeven moment liep het erg uit de hand met de arrestaties. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden. Mijn moeder had sinds 1980 een filmbedrijf met mijn stiefvader. Er was al jaren een proces tegen hen gaande om hun werk te verbieden. Ze kwamen iedere keer weer vrij omdat ze in principe niets illegaals deden. Bij de derde rechtszaak tegen het bedrijf gaf mijn moeders advocaat aan dat het hem deze keer niet zou lukken haar vrij te krijgen. Ze zou de doodstraf krijgen.

In het asielzoekerscentrum was muziek, naast het schooltje, een lichtpuntje voor mij in deze donkere periode. Vooral muziek heeft mij er echt doorheen gesleept.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM